Wanneer een inburgeringsplichtige een bijstandsuitkering op grond van de wet ontvangt en zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken uit het PIP, waarin de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, vindt bij voorkeur maatregel op de uitkering plaats op grond van artikel 18 van de wet en de verordening zoals bedoeld in artikel 8 eerste lid onder a van de wet. Het gaat hierbij om verplichtingen en afspraken anders dan in het aanbod in de MAP. Het college legt voor dezelfde gedraging dan geen bestuurlijke boete op grond van de inburgeringswet op.
Wanneer een inburgeringsplichtige die een bijstandsuitkering ontvangt zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP, waarin de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP, legt het college bij voorkeur een boete op grond van de inburgeringswet op.
Bij de keuze tussen i) handhaving op grond van de wet door een maatregel op de uitkering en ii) handhaving op grond van de inburgeringswet via een boete weegt het college ook af welke wijze van handhaving, rekening houdend met de gevolgen hiervan voor de inburgeringsplichtige, naar haar oordeel het best bijdraagt aan het beoogde effect, te weten het succesvol voltooien van het inburgeringstraject.
In de beschikking aan de inburgeringsplichtige vermeldt het college of er een boete op grond van de inburgeringswet wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd op grond van de wet.
Hoofdstuk 6.
Artikel 21.
Samenloop van gedragingen Participatiewet en Wi2021
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en Wi2021 Son en Breugel 2025