**1..** De burgemeester trekt de vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal in, indien:
de aanwezigheidsvergunning is ingetrokken;
**2..** De burgemeester kan de exploitatievergunning en/of de aanwezigheidsvergunning intrekken, indien:
de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als in artikel 7, tweede lid, onder g;
de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken;
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en/of de in deze verordening gestelde regels;
toepassing van de Wet Bibob hier aanleiding toe geeft;
de exploitant of beheerder(s) van de speelautomatenhal strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd.
Hoofdstuk 2
Artikel 11.
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen Westerwolde 2025