Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11.

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen Westerwolde 2025

1.. De burgemeester trekt de vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal in, indien: de aanwezigheidsvergunning is ingetrokken; 2.. De burgemeester kan de exploitatievergunning en/of de aanwezigheidsvergunning intrekken, indien: de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als in artikel 7, tweede lid, onder g; de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken; blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en/of de in deze verordening gestelde regels; toepassing van de Wet Bibob hier aanleiding toe geeft; de exploitant of beheerder(s) van de speelautomatenhal strafbare feiten pleegt in de inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel