Naar hoofdinhoud
In deze regeling wordt verstaan onder: AsvpU 2022: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022; adviesbureau: een adviesbureau of consultancybureau is een bedrijf waar adviseurs in dienst zijn. Deze adviseurs worden ingehuurd door andere partijen om daar adviezen te geven. Dit kan zijn op technisch, organisatorisch, juridisch, financieel of wetenschappelijk-inhoudelijk (ecologie, bodem, erfgoed, etc.) gebied; basisschool: een school waar primair onderwijs wordt gegeven bedoeld voor kinderen tussen de 4 en 12 jaar; biodiversiteit: de veelzijdigheid aan leven in al zijn vormen. De verscheidenheid aan soorten binnen de natuur is zowel de hoeveelheid en variatie tussen soorten (planten, dieren, micro-organismen en schimmels), als de genetische variatie binnen een soort; biodivers groen dak: een dak dat door de vegetatie die gekozen is, een bijdrage levert aan de biodiversiteit; communicatieplan: een document waarin de communicatieopgave én de aanpak worden beschreven. In het communicatieplan staan een probleemstelling, analyse, doelgroepen, doelstelling, strategie, boodschappen, middelen, planning en organisatie, kostenoverzicht én hoe de communicatie geëvalueerd gaat worden; gezonde leefomgeving: een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die gezond gedrag bevordert en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is; groen schoolplein: een schoolplein ingericht als een biodiverse en klimaatbestendige speel- en leeromgeving waar het plein is vergroend door beplanting en ruimte biedt voor schaduw, infiltratie van hemelwater en zo mogelijk ook voor waterberging; inheems: plantensoorten waarvoor Nederland behoort tot het oorspronkelijke verspreidingsgebied; insectenhotel: een constructie van natuurlijke materialen die onderdak kan bieden aan insecten; innovatief: een project of methodiek die vernieuwend en/of grensverleggend is, door zaken anders of efficiënter aan te pakken of te benaderen; invasieve exoten: dieren, planten en micro-organismen die door menselijk handelen in een nieuw gebied terechtkomen (zoals Nederland) en die bij vestiging en verspreiding schade kunnen veroorzaken; klimaatbestendig: aanpassen aan klimaatverandering door beleidsontwikkeling, inrichting, ontwerp en maatregelen, gericht op het verminderen of voorkomen van de negatieve gevolgen van klimaatverandering, zoals het tegengaan en/of voorkomen van hittestress, droogte, wateroverlast en overstromingen; koepelorganisatie: een vereniging of stichting waarin meerdere basisscholen vertegenwoordigd zijn; lage SES wijken: buurten of gebieden waar bewoners over het algemeen een lage sociaaleconomische status (SES-WOA) hebben, die genoemd zijn in de tabel “Lage SES wijken” in de bijlage; relevante externe partijen: met externe partij wordt bedoeld een maatschappelijk betrokken organisatie, anders dan de organisatie die de subsidieaanvraag doet, en die van toegevoegde waarde is voor het project, bijvoorbeeld een gemeente of woningcorporatie; speelaanleidingen: fysieke elementen die interactie met de natuurlijke omgeving, spel en creativiteit stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan stapstenen, liggende boom of wilgentunnels. Speelaanleidingen kunnen een educatief karakter hebben. Denk bijvoorbeeld aan een waterpomp, waterloop of rioolbuis; speeltoestellen: toestellen waarmee of waarop kinderen kunnen spelen. Dit zijn elementen die geen andere functie hebben dan spelen. Speeltoestellen stimuleren een bepaald type spel. Denk bijvoorbeeld aan een klimrek, glijbaan, wip of schommel. Speelaanleidingen zijn geen speeltoestellen; sporttoestellen: toestellen gebruikt om te sporten. Denk bijvoorbeeld aan een voetbaldoel, basketbalpaal of tafeltennistafel. Speelaanleidingen zijn geen sporttoestellen; stedelijk gebied: bebouwd gebied in dorpen en steden van de provincie Utrecht. De grenzen van dit gebied zijn aangegeven op de themakaart Stedelijk gebied. Op de themakaart staat aangegeven welke gebieden in het stedelijk gebied liggen. Buiten het stedelijk gebied ligt het landelijk gebied; vergroenen: het toevoegen van meer planten en bomen in steden en dorpen, vooral door het vervangen van verharding door groen. Denk bij vergroening aan straten waar plantvakken voor bomen en planten worden toegevoegd, (school)pleinen waar tegels worden vervangen door groen, en muren en daken waarop planten worden toegevoegd; versteende wijken: onder versteende wijken worden de wijken verstaan die volgens de kaart Groene stad label F hebben.

Rechtspraak bij dit artikel