1. Voor subsidie die bijdraagt aan de doelstelling genoemd in artikel 2, lid 1 gelden de volgende specifieke uitvoeringsregels:
a. Aanbieder hanteert voor de berekening van de ouderbijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag de ‘VNG tabel ouderbijdragen peuteropvang’ van het betreffende jaar.
b. Voor het bepalen van de hoogte van de ouderbijdrage wordt, voor het bepalen van de hoogte van het gezinsinkomen, de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders of bij een éénoudergezin van de ouder. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing.
c. Als de inkomenssituatie zodanig wijzigt dat ouders in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, dan
vervalt het recht op subsidie zodra het recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan. Ouders worden door de
aanbieder verplicht per ommegaande te melden dat zij in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.
d. Aanbieder beschikt (voor de peuters waarvoor subsidie wordt ontvangen) over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij onder meer om:
a. een door de ouder(s) ondertekende plaatsingsovereenkomst met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouder(s);
b. naam, geboortedatum en BSN van de peuter waarop de subsidie betrekking heeft;
c. een ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ van ouders die geen recht hebben op
kinderopvangtoeslag;
d. de inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag op basis waarvan de hoogte van de ouderbijdrage is vastgesteld;
e. een bewijs van indicatiestelling voor VE van het CB.
f. Aanbieder levert aan de gemeente uiterlijk na ieder kwartaal de gerealiseerde cijfers van respectievelijk het eerste, tweede en derde kwartaal van het lopende jaar.
2. Voor subsidie die bijdraagt aan de doelstelling genoemd in artikel 2, lid 2 gelden de volgende specifieke uitvoeringsregels:
a. de activiteiten worden uitgevoerd overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag verstrekte gegevens;
b. in Q4 wordt van de gesubsidieerde activiteiten een rapportage aangeleverd aan het college, hierin wordt minimaal opgenomen:
a. of de beoogde doelen zoals gesteld in de aanvraag zijn of worden behaald;
b. of het aantal kinderen is bereikt met de interventie;
c. welke tussentijdse bijstellingen eventueel nodig zijn;
d. indien van toepassing: hoe verloopt de samenwerking met de partners.
e. Partijen presenteren inzet aan elkaar
Artikel 8.
Specifieke uitvoeringsregels
Onderdeel van Subsidieregeling gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid gemeente Halderberge