Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Algemene bepalingen

Onderdeel van Mandaatbesluit gemeente Pijnacker-Nootdorp

De bepalingen van dit besluit zijn, voor zover niet anders is bepaald, van toepassing op de uitoefening van de bevoegdheden in de bij dit besluit behorende bijlagen en op de bevoegdheden die in de bijlagen bij het Ondermandaatbesluit zijn opgedragen. Mandaat omvat, met betrekking tot de onderwerpen genoemd in de bijlagen I tot en met V, voor zover niet anders is bepaald, de bevoegdheid tot: het verrichten van alle benodigde voorbereidingshandelingen; het voeren van correspondentie; het verstrekken van informatie; het inwinnen van adviezen; het uitnodigen voor bijeenkomsten of hoorzittingen; het nemen van besluiten waaronder wordt verstaan verlenen, actualiseren, weigeren, (op verzoek van vergunninghouder) intrekken of wijzigen, overschrijven, aanhouden, stellen van nadere voorwaarden en het niet in behandeling nemen van onvolledige aanvragen. De uitoefening van de in dit besluit genoemde bevoegdheden moet passen binnen de budgetten die daarvoor in de begroting zijn opgenomen; regelgeving, beleidsregels, bestaand beleid, richtlijnen, voorschriften en dergelijke. Indien in het kader van de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in dit besluit meerdere afdelingen of instanties zijn betrokken, dient de gemandateerde er voor te zorgen dat zowel intern als extern advies wordt ingewonnen en overleg plaatsvindt voordat een beslissing wordt genomen. De gemandateerde treedt, vóór uitoefening van het mandaat, in overleg met de bestuurlijke mandaatgever indien de uitoefening van het mandaat bestuurlijk of politiek gevoelig is. Mandaat wordt niet verleend voor besluiten die de gemeente zelf betreffen. In geval van afwezigheid of verhindering van functionarissen aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden zijn toegekend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervanger. De hiërarchisch leidinggevende kan zijn besluit in de plaats stellen van het voorgenomen besluit van de gemandateerde of van diens plaatsvervanger. Ondermandaat kan slechts worden verleend in de bij dit besluit specifiek toegestane gevallen aan de daarbij genoemde functionarissen. In geval van ondermandaat wordt de hiërarchisch leidinggevende van de gemandateerde aangemerkt als zijn plaatsvervanger. De redactie van een stuk, ter uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in het tweede lid, vindt plaats op de wijze zoals is aangegeven in bijlage X onder 1 van dit Mandaatbesluit. In de in bijlage VI onder M4 t/m M9 aangewezen gevallen wordt in de vorm van een machtiging alleen de bevoegdheid tot het tekenen van besluiten en het voeren van correspondentie overgedragen, waarbij het stuk wordt geredigeerd als is aangegeven in bijlage X onder 2 van dit Mandaatbesluit. In de in bijlage VI onder M1 en M2 aangewezen gevallen vindt ondertekening plaats in de vorm zoals is aangegeven in bijlage X onder 3 van dit Mandaatbesluit. In de in bijlage VI onder M3 aangewezen gevallen vindt ondertekening plaats in de vorm zoals is aangegeven in bijlage X onder 4 van dit Mandaatbesluit.

Rechtspraak bij dit artikel