**1..** De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 13 door de beheerder.
**2..** Tot de begraving of bijzetting wordt niet eerder overgegaan dan nadat:
de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de artikel 19 opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor opdracht aan het personeel van de begraafplaats heeft verleend;
Alleen bij begraving van een lijk, het personeel van de begraafplaats de identiteit van de overledene heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedatum van de overledene bevat.
**3..** Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en het opnieuw begraven van stoffelijke resten, dan wel van een asbus, al dan niet met urn, in een ander graf op de begraafplaats, geschiedt uitsluitend door de daartoe door het college aangewezen personen.
**4..** Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn, dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. De beheerder zal voor deze werkzaamheden de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk sluiten.
**5..** Het is toegestaan een graf te schudden waarbij maximaal 4 stoffelijke resten worden samengevoegd in de derde begraaflaag. Het college bepaalt of het samenvoegen technisch mogelijk is door de grondwaterstand. Hierbij wordt artikel 5.4 van het Besluit op de Lijkbezorging in acht genomen. De gemeente compenseert rechthebbenden niet indien er geen mogelijkheid is tot nieuwe begraving.
**6..** Het is niet toegestaan om zonder bekendmaking aan het college een urn bij te plaatsen in een kist. Indien achteraf bekend wordt dat er een urn is begraven worden alsnog de plaatsingskosten in rekening gebracht.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 20.
Begraving
Onderdeel van Beheersverordening begraafplaatsen Vijfheerenlanden 2025