Naar hoofdinhoud
1.. De aanvrager en de ontwerper van het bouwplan worden in de gelegenheid gesteld om in de vergadering dit plan toe te lichten. 2.. De commissie kan een of meer leden opdragen met de aanvragers dan wel de ontwerpers van deze bouwplannen of met beiden overleg te voeren. 3.. Het overleg als bedoeld in het tweede lid, geschiedt door het lid dan wel door deze leden voor elk bouwplan ten hoogste driemaal. 4.. Na het overleg als bedoeld in het tweede lid, beoordeelt de commissie de bouwplannen ten behoeve van het uitbrengen van het advies aan burgemeester en wethouders. 5.. Het gestelde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de behandeling van plannen op grond van de Monumentenwet.

Rechtspraak bij dit artikel