Als er sprake is van bovengebruikelijke hulp wordt onderzocht of er een individuele jeugdhulpvoorziening kan worden ingezet of dat van ouders verwacht kan worden dat ze deze hulp zelf bieden. De bovengebruikelijke hulp valt dan onder 'eigen kracht'.
Om te beoordelen of ouders de hulp zelf kunnen bieden – ondanks dat sprake is van bovengebruikelijke hulp – onderzoekt het college de volgende vragen:
Is de ouder (met het sociaal netwerk) in staat de noodzakelijke hulp te bieden?
Is de ouder (met het sociaal netwerk) beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden?
Levert het bieden van de hulp door de ouder (met het sociaal netwerk) geen overbelasting op? Met overbelasting wordt bedoeld dat een disbalans ontstaat in verhouding tussen de draagkracht (belastbaarheid) en draaglast (belasting) van de ouder.
Blijft de ouder de bovengebruikelijke hulp zonder vergoeding bieden? En zo ja, komt de ouder daardoor niet in de problemen?
Als uit onderzoek naar deze factoren volgt dat de ouder(s) de benodigde hulp kunnen bieden zonder dat dit tot problemen leidt op één van deze terreinen, dan kan de gemeente concluderen dat sprake is van voldoende eigen kracht. Deze vragen komen voort uit de uitspraken van de CRvB van 17 juli 2019 en 26 mei 2021.
Wat betreft de 4e vraag geldt het volgende. Wanneer de beslissing door het gezin is genomen om met eigen kracht jeugdhulp te verlenen waarbij een van de ouders minder betaalde arbeid is gaan verrichten, en de draaglast van de zorgvraag en de draagkracht van het gezin zijn met elkaar in overeenstemming, dan bestaat niet vanzelfsprekend een aanspraak op een jeugdhulpvoorziening. Dit is anders als het gezin door de inkomensdaling in financiële problemen komt die niet met door het gezin te nemen maatregelen zijn op te lossen binnen de bestaande woon- en leefsituatie.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.2
Bovengebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2025