Naar hoofdinhoud

Artikel 23.

Huishoudelijke hulp en schoonmaakondersteuning: uitzonderingen bij bijzondere typen leefsituaties

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Borger-Odoorn 2025

Bij een aantal typen leefsituaties wordt anders omgegaan met het begrip “leefeenheid” waardoor er mogelijk geen/beperkt sprake is van “gebruikelijke hulp”. Kamer huren bij cliënt: als een cliënt een kamer verhuurt aan een derde wordt de huurder niet tot de leefeenheid gerekend. De huurder wordt in staat geacht de gehuurde ruimte(n) schoon te houden en een evenredige bijdrage te leveren aan gezamenlijke ruimten. In de berekening van de omvang van de hulp wordt het schoonmaken van gehuurde ruimte(n) dus niet meegerekend. Geclusterd wonen: een cliënt woont zelfstandig, met meerdere mensen in een huis zonder hiermee een leefeenheid te vormen. In dergelijke situaties heeft men in ieder geval wel een eigen woon/slaapkamer en de overige ruimten worden in meer of mindere mate gemeenschappelijk gebruikt. In de berekening van de omvang van hulp wordt het schoonmaken van de eigen woonruimte(n) en slechts een evenredig deel van de gemeenschappelijke ruimten meegerekend. Leef- en woongemeenschappen: een cliënt woont zelfstandig met meerdere mensen in een gebouw en vormt hiermee wel een leefeenheid. Vrijwel alle leefgemeenschappen kennen een of meer gezamenlijke bindende factoren, meestal met een religieuze of spirituele inhoud. Een voorbeeld hiervan zijn kloostergemeenschappen waarbij er sprake is van een leefeenheid, maar de taakverdeling zich niet leent voor overname. In die situaties kan een cliënt hulp krijgen voor het schoonmaken van de eigen kamer en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten die vallen binnen het niveau van de sociale woningbouw. Bibliotheken, gebedsruimten etc. vallen erbuiten en behoren daardoor tot de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenschap.

Rechtspraak bij dit artikel