Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 6.

Onderzoek

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2025

1.. Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige of zijn ouders zo spoedig mogelijk en voor zover nodig in het kader van de hulpvraag: de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige of zijn ouders en het probleem of de hulpvraag; of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. En zo ja, om welke problemen en/of stoornissen het gaat; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; welke hulp naar aard en omvang nodig is om de jeugdige in staat te stellen om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en/of voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; de mogelijkheden om de hulpvraag te beantwoorden door het inzetten van een algemene voorziening; de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; de mogelijkheden voor een pgb, waarbij de jeugdige en/of ouder in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; hoe rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders. 2.. Het college verzamelt alle voor het gesprek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige of zijn ouder en zijn situatie. 3.. Ter voorbereiding van het gesprek, verschaft de jeugdige of zijn ouder aan het college alle gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. 4.. De jeugdige kan een familiegroepsplan aan het college verstrekken, waarin ouders, familieleden en andere direct betrokkenen een oplossing aandragen om de problemen van de jeugdige in eigen kring op te lossen. 5.. Het college kan, met instemming van de jeugdige of zijn ouders, informatie inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest aangewezen hulp. 6.. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouder afzien van een gesprek. 7.. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van de uitkomsten van het onderzoek in de vorm van een plan van aanpak. Ouders hebben de gelegenheid om binnen een overeengekomen termijn hierop te reageren en deze reacties worden indien gewenst toegevoegd aan het verslag. 8.. In afstemming met de jeugdige en/of zijn ouder worden in het verslag afspraken opgenomen over het moment en de wijze waarop de resultaten van het plan van aanpak met de jeugdige en/of zijn ouder, de Stichting Sociale Teams Borger- Odoorn en de jeugdhulpaanbieder besproken worden. 9.. Het college kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel