Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Onderzoek en beoordeling

Onderdeel van Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Oudewater

1.. Een onderzoek vangt aan wanneer een melding of een aangifte is gedaan van een bijtincident of overlast door loslopen of schade. 2.. Naar aanleiding van de melding of aangifte wordt een onderzoek ingesteld. De behandelaar van de melding of aangifte beoordeelt aan de hand van de feiten en omstandigheden of er sprake is van een bijtincident waar een nader onderzoek voor moet worden ingesteld. 3.. Het nader onderzoek bestaat uit een huisbezoek, het verzamelen van de feiten en eventueel beeldmateriaal of facturen van medische hulp voor de schade die het directe gevolg is van het bijtincident. 4.. Indien dit nodig wordt geacht kan een buurtonderzoek worden ingesteld. 5.. Er vindt hoor en wederhoor plaats. De eigenaar of houder van de hond, de melder en indien bekend het slachtoffer worden in de gelegenheid gesteld om een feitelijk verslag te doen van het bijtincident. 6.. Van het nadere onderzoek wordt een rapport opgemaakt, waarin wordt opgenomen: de aanleiding, feiten en omstandigheden waaronder het incident heeft plaatsgevonden; het feitelijk verslag van het huisbezoek op schrift gesteld; indien beschikbaar, beeldmateriaal van de schade die het directe gevolg is van het bijtincident; een omschrijving van de aard en omvang van de schade; de naam en het adres van de houder van de hond; het ras, een beschrijving, het chipnummer en de naam van de hond die gebeten heeft; het advies van degene die het nader onderzoek heeft uitgevoerd; eventuele informatie over eerdere (bijt)incidenten. 7.. Na afloop van het onderzoek wordt, aan de hand van de verzamelde informatie, beoordeeld of er sprake is van een hinderlijke of gevaarlijke hond.

Rechtspraak bij dit artikel