Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Afstand doen of inname hond

Onderdeel van Beleidsregels hinderlijke en gevaarlijke honden gemeente Oudewater

1.. Indien de eigenaar of houder van de hond het maximumbedrag aan dwangsommen heeft verbeurd, of de opgelegde maatregel overtreedt en de hond als gevolg hiervan een nieuw bijtincident veroorzaakt, kan de burgemeester besluiten om de eigenaar of houder te vragen vrijwillig afstand te doen van de hond. 2.. Indien de burgemeester de eigenaar of houder van de hond heeft gevraagd om vrijwillig afstand te doen van de hond en de eigenaar of houder te kennen heeft gegeven dit niet te willen, kan de burgemeester, indien er sprake is van een overtreding van een opgelegde maatregel en als gevolg hiervan een nieuw bijtincident veroorzaakt, besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van de hond door middel van toepassing van bestuursdwang. 3.. In geval een kort aanlijn- en muilkorfgebod niet wordt opgevolgd en dit tevens een direct gevaar voor mensen of andere dieren oplevert of opgeleverd heeft, kan besloten worden dat met spoedeisende bestuursdwang tot onvrijwillige inbeslagname van de hinderlijke of gevaarlijke hond wordt overgegaan. 4.. Indien de burgemeester gebruik gemaakt heeft van (spoedeisende) bestuursdwang zoals genoemd in het tweede en derde lid van dit artikel, komen de kosten van vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, gedragstest, eventuele overige noodzakelijke kosten na inname volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden op hem/haar verhaald. 5.. De burgemeester kan op grond van artikel 172 van de Gemeentewet het bevel geven direct over te gaan tot onvrijwillige inbeslagname van een hond, indien er vrees is voor de verstoring van de openbare orde en de eigenaar of houder van de hond geen vrijwillige afstand doet. 6.. Bij onvrijwillige inbeslagname van de hond, zoals genoemd in het tweede, derde en vijfde lid van dit artikel, geeft de burgemeester opdracht de hond te laten onderwerpen aan een gedragstest uitgevoerd door een gedragskliniek van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. 7.. Afhankelijk van de resultaten van de gedragstest genoemd in het zesde lid, wordt beoordeeld of de hond een gedragscursus nodig heeft of tijdelijk moet worden herplaatst. Indien uit het gedragstest blijkt dat de hond niet kan worden teruggegeven aan de eigenaar of houder, kan de hond voor termijn van maximaal één jaar herplaatst worden bij een houder of opvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel