Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1:

Algemene verplichtingen

Onderdeel van Besluit Maatschappelijke Ondersteuning 2025

1.. Het persoonsgebonden budget wordt uitsluitend gebruikt voor betaling van de maatwerkvoorziening. 2.. De maatwerkvoorziening die de cliënt inkoopt met het persoonsgebonden budget dient adequaat, veilig, cliëntgericht en kwalitatief verantwoord te zijn conform door college vastgesteld programma van eisen. 3.. De maatwerkvoorziening moet binnen 6 maanden na de verzenddatum van de beschikking zijn ingezet dan wel ingekocht. 4.. De cliënt levert vóór verstrekking van het persoonsgebonden budget, maar na vaststelling van de noodzaak voor een maatwerkvoorziening, een budgetplan aan waarin omschreven staat: De reden waarom cliënt zorg wil ontvangen via een Pgb; De reden waarom een hulpmiddel, aanpassing of dienst in natura niet passend geacht wordt. De maatwerkvoorziening die ingekocht gaat worden; Welke persoon/personen de maatwerkvoorziening gaat/gaan uitvoeren dan wel waar de maatwerkvoorziening gekocht wordt; Welk resultaat met de maatwerkvoorziening moet worden behaald en op welke wijze; Hoe de kwaliteit van de maatwerkvoorziening is gewaarborgd; Het tarief of kosten die betaald moet worden aan de leverancier/zorgverlener. Hoe de cliënt de kwaliteit wil controleren? Hoe en wanneer de cliënt de zorg wil evalueren? 5.. Naast de cliënt dient de zorgverlener ook het budgetplan te ondertekenen voor akkoord, waarmee de zorgverlener zich committeert aan de rechten en plichten die voortvloeien uit een persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel