Naar hoofdinhoud
1.. Als een bewoner besluit voor een langere periode (langer dan 48 uur) de opvanglocatie te verlaten, dient dit gemeld te worden bij een van de medewerkers, ongeacht de reden van vertrek. 2.. Bij onaangekondigd vertrek kunnen vanaf de dag van geconstateerd vertrek de verstrekkingen uit de RooO beëindigd worden. 3.. Afwezigheid van de opvanglocatie met behoud van de opvangplek is geoorloofd voor maximaal 7 dagen achtereen. Voor afwezigheid langer dan 7 dagen is toestemming van de locatiecoördinator nodig. 4.. Bij ongeoorloofd vertrek langer dan 7 dagen kan de opvangplek aan anderen vergeven worden. 5.. De betrokkene kan bij terugkeer een andere plek in een andere opvanglocatie en/of andere gemeente toegewezen krijgen indien de betreffende opvangplek niet meer beschikbaar is. 6.. Het college of gemandateerde is bevoegd om alle verstrekkingen op grond van artikel 7, eerste lid, sub b van de RooO is te beëindigen na een periode van afwezigheid van de ontheemde van 28 dagen. 7.. Bij oneigenlijk gebruik van de verstrekkingen, waarbij blijkt dat de bewoner elders het hoofdverblijf heeft, kan het college of een gemandateerde de verstrekkingen beëindigen op grond van artikel 7 en 13 RooO. 8.. Eénmaal per week, op een door de opvanglocatie toegewezen dag, is er een meldplicht op de opvanglocatie. Om de opvangplek te behouden, dient de bewoner zich te melden bij de medewerkers van de gemeente op deze dag tussen de toegewezen tijdstippen. 9.. De meldplicht is een middel voor het locatiemanagement om de aanwezigheid vast te stellen en na te gaan of nog gebruik gemaakt wordt van de opvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel