Tijdens de dagelijkse controles zullen het bevoegd gezag / opsporingsambtenaren controleren of er sprake is van hinderlijk overhangend groen. Indien dit het geval is, ontvangt de eigenaar of gebruiker van het perceel een kaartje waarin hij wordt verzocht het betreffende groen terug te snoeien. Het is belangrijk dat de overtreder degene is die in staat is de overtreding te verhelpen. In gevallen waar de eigenaar en huurder van een perceel verschillend zijn, wordt de gebruiker van het perceel aangesproken, aangezien deze direct kan ingrijpen.
Bij een tweede constatering ontvangt de overtreding een waarschuwing waarin hij wordt verzocht het betreffende groen binnen twee weken terug te snoeien. Na de gestelde termijn van twee weken vindt een nacontrole plaats. Als blijkt dat de snoeiwerkzaamheden nog niet of onvoldoende zijn uitgevoerd, zal het bevoegd gezag / opsporingsambtenaar een vooraankondiging tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang opstellen. De overtreder krijgt dan opnieuw de kans om binnen twee weken de werkzaamheden uit te voeren en zo de sanctie te voorkomen. Er is tevens de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.
Wanneer uit een tweede nacontrole blijkt dat het groen nog steeds niet of onvoldoende is gesnoeid, zal het bevoegd gezag / opsporingsambtenaar de overtreder formeel aanschrijven met een last onder dwangsom of bestuursdwang. De begunstigingstermijn hiervoor bedraagt opnieuw twee weken. Indien na deze periode geen of onvoldoende actie is ondernomen, zal de gemeente dwangsom of bestuursdwang toepassen, waarbij de kosten hiervan worden verhaald op de overtreder.
Hoofdstuk 3.
Artikel 4.
Procedure toezicht en handhaving
Onderdeel van Beleidsregel handhaving overhangend groen