Naar hoofdinhoud
1. . De regeling kan te allen tijde worden gewijzigd bij besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van drie vierde van de aan deze regeling deelnemende gemeenten. Deze drie vierde van de aan deze regeling deelnemende gemeenten dienen minimaal twee derde van het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten te omvatten. De besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders dienen instemming te hebben van de raden. 2. . De regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de deelnemers gedurende 12 weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. 3. . Een besluit tot opheffing van de regeling treedt niet eerder in werking dan met ingang van het jaar volgend op dat waarin door de deelnemende gemeenten is besloten tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling. 4. . In geval van opheffing wordt het algemeen bestuur met liquidatie van de GGD ZL belast. Van het liquidatieplan kan onderdeel uitmaken dat een vereffeningscommissie wordt ingesteld waaraan alle bevoegdheden en taken van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur in het kader van de liquidatie worden overgedragen. 5. . Een eventueel batig saldo komt ten bate, een eventueel nadelig saldo ten laste van de gemeenten. 6. . Ter uitvoering van de liquidatie blijven het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur zo nodig na het tijdstip van de opheffing van de regeling voortbestaan.

Rechtspraak bij dit artikel