Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikelen 21, 22 en 23 een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien:
die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelagen bedoeld in artikel 15;
de ambtenaar de toelage - als bedoeld in artikelen 21, 22 en 23 - direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 55 jaar of ouder, wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 23 (inconveniëntentoelage) een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend indien de ambtenaar die toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan gedurende ten minste tien jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.
Burgemeester en wethouders stellen voor de uitvoering van dit artikel nadere regels vast.
Ter uitvoering van het vorige lid is vastgesteld de Regeling Afbouwtoelage die als bijlage X aan deze bezoldigingsregeling is toegevoegd.
5.9. Toelagen E.H.B.O. en B.H.V.