Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 31

Artikel 31

Onderdeel van Bezoldigingsregeling 2003

De ambtenaar, die op 1 januari 1981 in dienst was, dan wel op een later tijdstip in dienst is getreden, doch voor 1 juli 1984 en volgens de toen geldende Bezoldigingsregeling 1980 recht had op een diplomatoelage, behoudt deze toelage tot het moment waarop hij wordt ingedeeld c.q. bevorderd in of naar een schaal, waaraan een hoger maximumsalaris is verbonden dan verbonden is aan de rang waarbij de diplomatoelage, toegekend op grond van het bepaalde in de Bezoldigingsregeling 1980 zou komen te vervallen. De ambtenaar die was ingepast of uitzicht had op inpassing in een voor hem geldende uitlooprang op grond van de Regeling aanloop-, functie-, en uitlooprang, behoudt dit uitzicht inclusief de verdere doorloop tot aan het maximum van de uitlooprang, indien zijn functieschaal die op grond van artikel 6, tweede lid van de onderhavige regeling is vastgesteld een lager maximum salaris kent dan die uitlooprang. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel geldt ook voor de ambtenaar die op of na 1 januari 2001 is aangesteld en wiens functieschaal niet is bepaald conform de Procedureregeling Organieke Functiewaardering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel