Een initiatief mag niet leiden tot (toename van) een parkeertekort in de openbare ruimte en dient daarom in beginsel op eigen terrein in parkeren te voorzien. Dit geldt zowel voor woonfuncties als voor niet-woonfuncties. Het kan echter voorkomen dat het ruimtelijk, bouw- of verkeerstechnisch niet haalbaar is om de gehele parkeerverplichting/vraag op eigen terrein te voorzien. Indien de initiatiefnemer dit naar oordeel van de gemeente voldoende heeft aangetoond kan er, indien er in de openbare ruimte op loopafstand restcapaciteit bestaat, gebruik gemaakt worden van openbare parkeerplekken om een deel van de parkeervraag op te vangen. In deze situatie krijgt de initiatiefnemer geen exclusief gebruiks- of eigendomsrecht.
Als er bijvoorbeeld in de omgeving parkeerplaatsen voorhanden zijn die ooit zijn aangelegd voor een doel of functie die niet meer bestaat of als er sprake is van overcapaciteit aan parkeerruimte, is te onderzoeken of deze ruimte mag worden meegeteld bij de parkeerverplichting voor het initiatief. Dit is alleen mogelijk als de parkeerdruk in de openbare ruimte op het maatgevende moment, met toevoeging van de ontwikkeling, onder 85% blijft.
Of deze ruimte er is, dient te blijken uit een door de initiatiefnemer aan te leveren representatief parkeeronderzoek. Een representatief onderzoek betreft een door een objectieve partij (bij voorkeur een verkeerskundig adviesbureau) uitgevoerde parkeerdrukmeting op verschillende momenten, dagen en tijden (buiten vakantieperiode) en zeker voor de tijdstippen waarop aanspraak gedaan gaat worden door de nieuwe ontwikkeling op de parkeercapaciteit (bijvoorbeeld een doordeweekse middag, avond, nacht en zaterdagavond)
Als binnen 5 jaar ruimtelijke ontwikkelingen worden verwacht, die de bezettingsgraad van het betreffende gebied beïnvloeden, moet daarmee ook rekening worden gehouden. Dit betreft bestuurlijk vastgestelde plannen zoals het opheffen van openbare parkeercapaciteit, functieveranderingen of nieuwbouw waarbij de parkeerbehoefte niet volledig op eigen terrein wordt opgelost, De wijze van onderzoek moet vooraf met de gemeente worden afgestemd. De bezettingsgraad van de openbare parkeerplaatsen in de omgeving wordt door de gemeente getoetst bij het verzoek om afwijking van (een deel van) de parkeerverplichting.
Wat een acceptabele loopafstand is, wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning en is afhankelijk van de functie en haar gebruikers, het specifieke gebied waar het bouwplan gerealiseerd wordt en een aantal ruimtelijke aspecten aan een looproute zoals sociale veiligheid, aantrekkelijkheid et cetera. De richtlijnen van het CROW voor acceptabele loopafstanden worden hierbij als leidraad gebruikt en zijn weergegeven in onderstaande tabel. Deze afstanden gelden voor de kortste looproute over de openbare weg van ingang van het pand tot aan de parkeerplaats of ingang van de parkeervoorziening.
Functie
Acceptabele loopafstand
Vanaf geparkeerde auto naar woning
Ca. 300 meter voor binnenstad Monnickendam
Ca. 200 meter voor overige woonwijken
Voor bezoekers: ca. 250 meter
Vanaf geparkeerde auto naar supermarkt
Ca. 175 meter
Vanaf geparkeerde auto naar stadscentrum/winkelgebied
Ca. 400 meter
Vanaf geparkeerde auto naar werklocatie
Ca. 500 meter
Vanaf geparkeerde auto naar schoollocatie
Ca. 200 meter voor ouders+leerlingen
Ca. 500 meter voor personeel
Vanaf geparkeerde auto naar horeca
Ca. 300 meter
Vanaf geparkeerde auto naar huisarts/fysio/apotheek
Ca. 175 meter
Vanaf geparkeerde auto naar ziekenhuis
Ca. 225 meter
Vanaf geparkeerde auto naar bioscoop/theater
Ca. 350 meter
Vanaf geparkeerde auto naar sportlocatie binnen
Ca. 200 meter
Vanaf geparkeerde auto naar sportlocatie buiten
Ca. 200 meter
Tabel 4Richtlijn loopafstanden (op basis van CROW Publicatie 744 – m.u.v. wonen gemiddelde van bandbreedte)
Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een deels autoluwe inrichting, waarbij bewoners in collectieve parkeervoorzieningen aan de rand van de betreffende wijk moeten parkeren, wordt per plan bekeken of de gehanteerde loopafstand acceptabel is. Hierbij kan maatwerk in de vorm van langere loopafstanden worden geleverd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.3
Stap 2c. Onderzoek gebruik parkeercapaciteit in openbare ruimte
Onderdeel van Parkeernormen gemeente Waterland 2024