**1..** Na afstand of inbeslagname, op grond van artikel 6 of 7, wordt de hond overgebracht naar een opvanglocatie.
**2..** De burgemeester geeft opdracht de hond te laten onderwerpen aan een gedragstest, uitgevoerd door de gedragskliniek voor dieren van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.
**3..** Naar aanleiding van de gedragstest zijn de volgende uitkomsten mogelijk:
de hond kan onder voorwaarden terug naar de eigenaar (tenzij afstand is gedaan), dan wel
de hond kan niet terug naar de eigenaar maar wel worden herplaatst bij een ander baasje, dan wel
de hond is niet geschikt voor terugplaatsing (a.) en herplaatsing (b.) en dient te worden geëuthanaseerd.
**4..** lndien inbeslagname het gevolg is van het toepassen van de lichte bevelsbevoegdheid als genoemd in artikel 7, vindt na de gedragstest overleg plaats met de eigenaar/houder van de hond over de opties als genoemd in lid 3 van artikel 8. lndien de hond terug kan naar de eigenaar wordt alsnog een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd conform het gestelde in artikel 8 lid 3 sub a. lndien de hond vervolgens een nieuw bijtincident veroorzaakt wordt alsnog toepassing gegeven aan artikel 6, inhoudende dat als niet vrijwillig afstand wordt gedaan de hond in beslag wordt genomen op grond van artikel 5:31, van de Awb. Er hoeft in deze gevallen geen nieuwe gedragstest plaats te vinden.
**5..** De kosten van opvang, (medische) verzorging, gedragstest en eventuele overige noodzakelijke kosten na inbeslagname op grond van artikel 5:31, van de Awb, zijn voor rekening van de eigenaar/houder van de hond en worden op hem/haar verhaald. In de overige gevallen zijn de kosten voor de gemeente.