Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels voor woningsplitsing in gemeente Hoogeveen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a.. bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, ten behoeve van de bedrijfsbestemming van het gebouw of het terrein; b.. college: college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen; c.. gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; d.. grondgebonden woning: een woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan één van de woonlagen aansluit op het maaiveld. Grondgebonden woningen hebben meestal een op de grond gelegen tuin en/of erf. Een grondgebonden woning is het tegenovergestelde van gestapelde woningen; e.. hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw is aan te merken; f.. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren; g.. ruimtelijke inpassing: een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op de bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische (landschaps-)kwaliteiten; h.. recreatiewoning: een gebouw dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning; i.. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één (of meerdere) huishouden(s); j.. woningsplitsing: het bouwkundig en functioneel splitsen van één hoofdgebouw met een woonfunctie in twee of meer woningen; k.. zelfstandige woonruimte: een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door één huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.

Rechtspraak bij dit artikel