Een vergunning, als bedoeld in artikel 13 en 14, eerste lid, wordt geweigerd als:
de situatie ter plaatse niet geschikt is voor het betreffende vaartuig;
voor de ligplaats al een ligplaatsvergunning is verleend;
het vaartuig belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water;
het ter plaatse geldende omgevingsplan het niet toestaat;
een aanvrager niet voldoet aan de bepalingen bij of krachtens deze verordening;
dit in het belang van de veiligheid, verkeersveiligheid, het milieu of de welstand noodzakelijk is.