2.1. Algemene voorwaarden premantelzorg
De pré-mantelzorgwoning is bedoeld voor de toekomstige zorgontvanger(s) of toekomstige zorgverlener(s).
Tenminste één bewoner van de pré-mantelzorgwoning of de hoofdwoning is toekomstig zorgverlener/zorgontvanger.
Er dient sprake te zijn van een sociale relatie tussen zorgverlener en zorgontvanger, die maakt dat er voor elkaar gezorgd wordt.
De zorgontvanger heeft:
minimaal de AOW-leeftijd bereikt op het moment van de aanvraag of;
een aandoening en/of ziekte, waardoor aannemelijk is dat binnen maximaal 10 jaar een mantelzorgbehoefte ontstaat.
Er dient een schriftelijke verklaring van de zorgverlener en zorgontvanger overgelegd te worden. Hieruit moet blijken dat het gaat om het verlenen van pré-mantelzorg op grond van leeftijd of dat sprake is van een aandoening en/of ziekte die binnen (maximaal) 10 jaar tot mantelzorgbehoefte kan leiden en dat mantelzorg zal worden verleend zodra mantelzorg voor de zorgontvanger noodzakelijk is geworden.
De initiatiefnemer informeert omwonenden.
Een tijdelijke pré-mantelzorgwoning geeft in geen enkel geval het planologische recht op een extra woning.
2.2. Voorwaarden pré-mantelzorgwoning
De pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd als losse woonunit of binnen de bestaande bebouwing.
De pré-mantelzorgwoning moet gerealiseerd worden binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden op het bouwperceel van de hoofdwoning, zoals die, inclusief vergunningsvrije mogelijkheden, zijn opgenomen in het (tijdelijke) omgevingsplan Steenwijkerland en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Voor de technische eisen van de pré-mantelzorgwoning moet worden voldaan aan de bepalingen uit het vigerende Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ten aanzien van permanente bewoning.
Per hoofdwoning mag maximaal één pré-mantelzorgwoning worden gerealiseerd.
De pré-mantelzorgwoning moet in het achtererfgebied worden gerealiseerd.
Er is sprake van één kadastraal eigendom voor zowel de hoofdwoning als de pré-mantelzorgwoning.
De pré-mantelzorgwoning betreft een tijdelijke woning en krijgt een eigen (tijdelijk) huisnummer.
De pré-mantelzorgwoning wordt in beginsel gerealiseerd binnen een woonfunctie. Locaties met de functie ‘bedrijventerrein’ en ‘recreatie’ zijn bij voorbaat uitgesloten. Overige functies worden per geval beoordeeld.
Parkeren dient in eerste instantie op eigen terrein plaats te vinden. Het realiseren van een pré-mantelzorgwoning mag in ieder geval geen extra druk opleveren voor de openbare parkeervoorzieningen.
De pré-mantelzorgwoningen moet passend zijn op de locatie en mag de woonsituatie niet verslechteren of zorgen voor milieuproblemen. De gemeente gaat dit beoordelen en kan aanvullende informatie vragen.
Voor het afvoeren van riool- en regenwater moet u maatregelen treffen. Binnen de gemeente zijn verschillende rioolsystemen met elk hun eigen voorwaarden. Hiervoor dient u tijdig contact op te nemen. Werkzaamheden in grond van de gemeente worden uitgevoerd in opdracht van de gemeente. De gemaakte kosten worden bij u in rekening gebracht (tenzij anders is afgesproken).
2.3 Aanvullende voorwaarden pré-mantelzorgwoning binnen de bebouwde kom
Als de pré-mantelzorgwoning is gelegen binnen de bebouwde kom moet ook worden voldaan aan de volgende eisen:
Het toevoegen van de (pre-)mantelzorgwoning mag geen strijdigheid opleveren met het beschermde stads- of dorpsgezicht en/of andere cultuurhistorische waarden;
Bij voorkeur realiseren binnen de bestaande bebouwing
2.4 Aanvullende voorwaarden pré-mantelzorgwoning buiten de bebouwd kom
Als een pré-mantelzorgwoning nieuw wordt gebouwd gelden in plaats van de in artikel 22.36 onder a, onder 3° van het Omgevingsplan Steenwijkerland gestelde eisen, de volgende eisen voor het vergunningsvrij bouwen:
De pré-mantelzorgwoning is in zijn geheel of in delen verplaatsbaar;
De oppervlakte van de pré-mantelzorgwoning bedraagt niet meer dan 100 m2.
De pré-mantelzorgwoning moet worden gerealiseerd binnen een afstand van 50 meter van de dichtstbijzijnde gevel van de hoofdwoning.
2.5 Maximale duur vergunning pré-mantelzorgwoning
De omgevingsvergunning kan worden verleend voor een periode van maximaal 10 jaar.
2.6 Verwijderen (voorzieningen) pré-mantelzorgwoning
De aanvrager of diens rechtsopvolger dient de in zijn geheel of in delen verplaatsbare premantelzorgwoning of – indien deze is gerealiseerd in een bijbehorend bouwwerk – de gerealiseerde voorzieningen (zoals keuken, badkamer en toilet) te verwijderen:
Na afloop van de termijn waarvoor deze is verleend, tenzij de woning op dat moment voldoet aan de voorwaarden voor een vergunningsvrije mantelzorgwoning.
Indien de (noodzaak van) huisvesting in verband met (pre-)mantelzorg is beëindigd.
Indien de zorgverlener en/of zorgontvanger niet meer ter plaatse woonachtig is.
De aanvrager of diens rechtsopvolger meldt schriftelijk aan het college wanneer sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2.6 lid 1 sub a, b en c.