In geval van opheffing van de regeling stelt het bestuur een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de opheffing; de regeling wordt vastgesteld door de Colleges.
In geval van het opheffen van de regeling worden de Raden door de Colleges in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen over de ontwerpregeling.
Het opheffingsbesluit wordt door de deelnemer die op het moment van het besluit voorzitter is van het bestuur bekend gemaakt overeenkomstig artikel 26 van de Wet.
Het bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
Zo nodig blijft het bestuur functioneren tot de liquidatie voltooid is.
HOOFDSTUK
Artikel 18
Opheffing
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkplein Drentsche Aa 2024