** 1. .** Een voorstel om gebruik te maken van het uitdaagrecht wordt bij het college ingediend en bevat tenminste de volgende onderdelen:
een omschrijving van de taak die de indiener wil overnemen;
een motivering waarom en hoe de indiener die taak wil uitvoeren;
de betrokkenheid, kennis of ervaring van de indiener;
een indicatie van het draagvlak onder belanghebbenden;
een raming van de jaarlijkse kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;
een omschrijving van de manier waarop de indiener met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft van het bestuursorgaan;
inzicht in hoe de indiener waarborgen biedt voor de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn.
** 2. .** Het bestuursorgaan gaat bij elk voorstel na of de in het eerste lid genoemde onderdelen opgenomen zijn en toetst het voorstel aan de wettelijke en gemeentelijke kaders.
** 3. .** Het bestuursorgaan stuurt binnen acht weken een eerste reactie op het voorstel met een indicatie van de tijd die nodig is om definitief op het voorstel te reageren en wat er in de tussentijd zal gebeuren.
** 4. .** Als het bestuursorgaan voornemens is het voorstel over te nemen, verleent het bestuursorgaan inspraak over dit voornemen als bedoeld in artikel 4.1.
** 5. .** Het bestuursorgaan beslist op het voorstel met een reactie op de inspraak en informeert de indiener en de gemeenteraad over de uitkomst.
** 6. .** Als het bestuursorgaan het voorstel overneemt, leggen het bestuursorgaan en de indiener de gemaakte afspraken vast in een overeenkomst.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Proces uitdaagrecht
Onderdeel van Inspraak- en Participatieverordening Den Haag 2024