**1..** De toezichthouder voert het toezicht uit in opdracht van het college.
**2..** De toezichthouder maakt gebruik van FLEX, waarbij verplicht blijven controles op;
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG);
Inschrijving in het Personenregister kinderopvang (PRK);
Pedagogische kwaliteit;
VVE (indien van toepassing).
**3..** De toezichthouder houdt risicogestuurd toezicht op de geboden kwaliteit van kinderopvang en de naleving van de kwaliteitseisen. De toezichthouder kijkt hierbij naar:
eerdere inspecties op het gebied van veiligheid, gezondheid, pedagogische kwaliteit en de inzet van (voldoende) beroepskrachten;
klachten en signalen over de kwaliteit van de opvang;
kwaliteit van het personeel, personeelsverloop en de aanwezigheid van een leidinggevende;
mate van nalevingsbereidheid bij handhaving.
**4..** De toezichthouder stelt voor kindercentra en gastouderbureaus na elk jaarlijks onderzoek (en zo nodig vaker) een risicoprofiel op om de inspectielast te bepalen. Hiervoor gebruikt de toezichthouder een landelijk vastgesteld model met verschillende indicatoren.
**5..** De toezichthouder kan het herstelaanbod inzetten voor een snel herstel van een tekortkoming. Een herstelaanbod is een aanbod van de toezichthouder dat de houder kan aanvaarden, maar waar houder niet toe verplicht is. Binnen de door de toezichthouder gestelde tijd moeten maatregelen worden genomen om de gewenste kwaliteit te bereiken en een vastgestelde overtreding te herstellen.
**6..** Elke overtreding kan in aanmerking komen voor herstelaanbod, tenzij:
aard en ernst van de overtreding zich niet leent voor het herstelaanbod;
er te veel overtredingen zijn;
de houder in de voorgaande drie jaar al in de gelegenheid is gesteld om dezelfde of een vergelijkbare overtreding op te heffen;
de toezichthouder direct gemeentelijk ingrijpen noodzakelijk acht;
herstel niet mogelijk is binnen de onderzoeksperiode;
**7..** De toezichthouder schrijft in het inspectierapport het verloop van het herstelaanbod.
**8..** De toezichthouder kan, naast het herstelaanbod, gebruik maken van het schriftelijk bevel om snel verbeteringen door te voeren bij constatering van overtredingen met grote gevolgen voor de kwaliteit van de kinderopvang. Het schriftelijk bevel is een maatregel die gericht is op herstel met een spoedeisend karakter. De houder krijgt met een schriftelijk bevel de gelegenheid om, zelf en in eigen beheer, de overtreding op te lossen, zonder tussenkomst van de gemeente als handhaver. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen. Als de overtreding(en) niet of onvoldoende is/zijn hersteld, treed het college verder op bijvoorbeeld door het bevel te verlengen.
**9..** Afhankelijk van de geconstateerde overtreding(en) en het advies van de toezichthouder is het aan het college om gemotiveerd wel of niet handhavend op te treden.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Toezicht
Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang Delft 2025