Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Herstelmaatregel

Onderdeel van Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang Delft 2025

1.. Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(en). 2.. Bij het uitvoeren van het herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen: stap 1: schriftelijke waarschuwing; stap 2: aanwijzing; stap 3: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang; stap 4: exploitatieverbod; stap 5: verwijdering uit het Landelijk Register Kinderopvang en intrekken van de toestemming tot exploitatie. 3.. Indien de aard van de overtreding en de verdere omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan het college een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject overslaan dan wel meerdere keren toepassen. Hierbij wordt rekening gehouden met een eventueel herstelaanbod dat al door de inspecteur tijdens het inspectieproces is toegekend. Indien dit herstelaanbod niet opgevolgd is, kan dit worden aangemerkt als een verzwarende omstandigheid en kan na overweging de waarschuwing worden overgeslagen. 4.. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsmodel, zoals opgenomen in bijlage 1. 5.. Bij het geven van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: prioriteit hoog: zo snel mogelijk: maximaal vier weken; prioriteit gemiddeld: maximaal drie maanden; prioriteit laag: maximaal twaalf maanden. 6.. De termijnen genoemd in het vijfde lid worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien ervoor gekozen is om een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang in te zetten.

Rechtspraak bij dit artikel