Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15

Woonkostentoeslag

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Vlissingen 2025

Voor de artikelen 15 en 16 geldt als draagkracht het meerdere boven de bijstandsnorm en het vermogen boven de vermogensvrijlating. Onder woonkosten wordt in ieder geval verstaan: Wanneer het een eigen woning is: de hypotheekrente na aftrek van het recht op belastingteruggave: de in verband met het eigendom van de woning te betalen zakelijke lasten (rioolrecht, eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting, de opstalverzekering, eigenaarsdeel waterschapslasten en erfpachtcanon) en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud. Wanneer een woning wordt gehuurd: de per maand geldende rekenhuur als omschreven in artikel 5 Wet op de huurtoeslag. Een woonkostentoeslag bij een woning in eigendom kan worden verleend als de inwoner een woning bezit en zelf bewoont. De hoogte van de in lid 1 genoemde woonkosten moeten dan lager zijn dan het maximale bedrag in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die inwoner gelet op zijn financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag per maand zou ontvangen als het een huurwoning zou zijn. Een woonkostentoeslag voor een huurwoning of gehuurde woonwagen kan worden verleend, wanneer de inwoner een woning bewoont, waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering vormt voor de toekenning van die huurtoeslag, maar hij door omstandigheden buiten zijn schuld nog geen aanspraak kan maken op deze toeslag. De woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop de inwoner wel in aanmerking komt voor huurtoeslag. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbend gelet op zijn financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag per maand zou ontvangen. Aan de inwoner met een huurwoning, waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag wel een belemmering vormt voor de toekenning van huurtoeslag, kan voor een periode van maximaal 12 maanden een woonkostentoeslag worden verstrekt. De woonkosten die uitgaan boven de maximale rekenhuur, in afwijking van lid 2, komen volledig voor bijzondere bijstand in aanmerking. Deze periode kan verlengd worden bij bijzondere individuele omstandigheden. Het vorige lid geldt ook bij bewoning van een woning in eigendom, waarvan de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag wel een belemmering vormt voor huurtoeslag, wanneer het een huurwoning zou betreffen. Hierbij is een verlaging van de woonlasten door de hypotheekverstrekker een voorliggende voorziening op bijstand. Aan de woonkostentoeslag als bedoeld in lid 4 en lid 5 wordt op grond van artikel 55 van de wet de voorwaarde verbonden dat de inwoner naar vermogen probeert goedkopere passende woonruimte te vinden (verhuisplicht) en/of een passende woonruimte te aanvaarden. Hiervan moet de inwoner bewijsstukken kunnen overleggen. In buitengewone omstandigheden kan tot verlenging van woonkostentoeslag worden overgegaan. De Wet op de huurtoeslag is in relatie tot woonkostentoeslag aan te merken als een voorliggende voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel