In aanmerking te nemen draagkracht is het inkomen (exclusief vakantietoeslag) dat hoger ligt dan het in artikel 6 genoemde percentage van de bijstandsnorm en een vermogen boven de vermogensgrens genoemd in artikel 34 lid 3 van de wet.
De kostendelersnorm wordt niet toegepast bij een aanvraag bijzondere bijstand. De van toepassing zijnde norm is de norm die zou gelden als er geen sprake was van de kostendelersnorm.
De draagkracht wordt telkens voor de periode van 12 maanden vastgesteld te beginnen op de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt met uitzondering van woonkostentoeslag eigen woning. In dat geval wordt de draagkracht per kalenderjaar vastgesteld. Draagkracht wordt verrekend met de te verstrekken bijzondere bijstand.
Een inwoner met een uitkering voor levensonderhoud op grond van de wet wordt niet geacht over draagkracht te beschikken.
Voor de vaststelling van de draagkracht als bedoeld in het eerste lid wordt de draagkracht die is vastgesteld per maand, toegerekend naar een periode van 12 maanden.
In afwijking van lid 5 wordt voor een inwoner met een periodieke bijstandsuitkering de draagkrachtperiode gesteld op de duur dat de belanghebbende een bijstandsuitkering ontvangt.
Bij periodieke verlening van bijzondere bijstand wordt de draagkracht gespreid over de maanden waarover de bijzondere bijstand wordt verstrekt en naar evenredigheid in mindering gebracht op de periodieke verstrekking.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Basis voor de draagkrachtberekening
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Vlissingen 2025