Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Te verstrekken gegevens bij de aanvraag

Onderdeel van Verordening Wet kinderopvang gemeente Amstelveen 2004

De tegemoetkoming wordt door de ouder aangevraagd bij het college (artikel 26 van de WK). Het moet dan gaan om het college van de gemeente waar de ouder woont (artikel 22, derde lid van de WK). De aanvraag moet schriftelijk gebeuren (artikel 4:1 van de Awb). Omdat een tegemoetkoming voor de duur van een tegemoetkomingsjaar wordt verstrekt (artikel 4.4) moet deze elk jaar opnieuw worden aangevraagd. Om de lasten voor de aanvragers zo beperkt mogelijk te houden, verdient het aanbeveling dat de gemeente het aanvraagformulier voor een vervolgaanvraag aan de ouders toestuurt, waarbij het formulier reeds is ingevuld met de gegevens die bij de gemeente bekend zijn. De ouders hoeven dan alleen de mutaties op het aanvraagformulier aan te geven. Een verhoging van de tegemoetkoming in verband met een verhoging van het aantal uren of dagdelen kinderopvang, zal ook moeten worden aangevraagd. Een verlaging van de tegemoetkoming in verband met een vermindering van de omvang van de kinderopvang hoeft niet te worden aangevraagd. De ouder moet hiervan wel onmiddellijk mededeling doen aan het college (artikel 28, derde lid van de WK en artikel 16, eerste lid). Onderdeel d. van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen moet worden gevoegd. Dit betekent dat de aanvraag voor een tegemoetkoming pas bij de gemeente kan worden ingediend als de ouder over een offerte of contract beschikt, Op basis van de offerte of het contract kan de gemeente de hoogte van de tegemoetkoming vaststellen. Het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, moet ingeschreven staan in een gemeentelijk register (artikel 5, eerst lid van de WK). Onderdeel e. van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag gegevens of een verwijzing naar gegevens wordt gevoegd waaruit blijkt dat de ouder behoort tot een gemeentelijke doelgroep. In een aantal gevallen kan de ouder volstaan met een verwijzing naar die gegevens omdat de gemeente over de gegevens beschikt: de ouder of partner ontvangt een uitkering in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB), Inkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers/lnkomensvoorziening Ouderen en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze Zelfstandigen of Algemene Nabestaanden Wet én maakt gebruik van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling; de ouder is een niet-uitkeringsgerechtigde, is als werkzoekende geregistreerd bij het Centrum voor Werk en Inkomen én maakt gebruik van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling; de ouder is een nieuwkomer die een inburgeringsprogramma volgt; het college heeft een sociaal-medische indicatie vastgesteld. In andere gevallen zal de ouder de volgende gegevens aan de gemeente moeten verstrekken: De ouder of partner ontvangt een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars De ouder heeft de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt, volgt scholing of een opleiding en ontvangt algemene bijstand op grond van de WWB of kan zo’n uitkering ontvangen. De ouder of diens partner zijn ingeschreven bij een school of instelling als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen of in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet Studiefinanciering 2000. De ouder of diens partner ontvangt een WW-uitkering en maakt gebruik van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. De ouder of diens partner is arbeidsgehandicapte en maakt gebruik van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Indien de uitkering wordt verkregen in een andere gemeente: naam van deze gemeente. Bewijs van inschrijving school of opleidings- instituut. Bewijs van inschrijving school of opleidings- instituut. Trajectplan van het UWV. Trajectplan van het UWV. In het derde lid wordt bepaald dat indien de aanvrager een partner heeft, deze partner de aanvraag mede ondertekent. Deze bepaling is volledigheidshalve in de verordening opgenomen. De verplichting is reeds neergelegd in artikel 26, derde lid van de WK.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel