1. Een cliënt is in het kader van de Wmo 2015 een bijdrage in de kosten verschuldigd:
a. Voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, als de aanbieder die bijdrage vraagt, bijvoorbeeld de dagbestedingen voor jong-dementerenden en ouderen;
b. Voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een pgb, tenzij de specifieke voorziening is uitgezonderd.
2. Voor bepaalde groepen personen kan op de bijdrage voor een algemene voorziening een korting gelden.
3. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening.
4. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald:
a. Door een aanbesteding;
b. Na een consultatie in de markt, of
c. In overleg met de aanbieder.
5. De kostprijs van een pgb is gelijk aan de hoogte van het aan een cliënt uitgekeerde bedrag.
6. In de financiële bijlage bij deze verordening wordt de omvang van de bijdrage in de kosten bepaald met inachtneming van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
7. Het college kan de vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten van de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor opvang mandateren aan de aanbieder die de opvang verzorgt.
8. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet geldt voor een maatwerkvoorziening voor vervoer in de vorm van vraagafhankelijk vervoer via Avan een bijdrage per rit, waarbij deze bijdrage is opgebouwd uit een bedrag per kilometer en een opstaptarief. De hoogte van het bedrag per kilometer en het opstaptarief is gelijk aan de tarieven zoals het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen (BVO DRAN) deze vaststelt voor het vraagafhankelijk vervoer.
9. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vaststelling van de bijdrage in de kosten.
Hoofdstuk 4
Artikel 16.
Bijdrage in de kosten (Wmo 2015)
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025