Het is verboden te roken of vuur te hebben:
in een ruimte in gebruik als opslagplaats van één of meer van de stoffen genoemd in de regeling Bouwbesluit brandveiligheid, alsmede artikel II van de Regeling tot wijziging, onder a tot met h;
bij het verrichten van werkzaamheden die het uitstromen van brandbare vloeistoffen en (of) gassen kunnen veroorzaken;
bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandbare vloeistof of een brandbaar gas.
Van het verbod gesteld in lid 1 kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen.