Naar hoofdinhoud
1.. De aanvraag voor voorrang huisvestingsvergunning op grond van deze voorrangsregel wordt aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders overeenkomstig de procedure zoals beschreven in artikel 6 van de Huisvestingsverordening. Onverminderd het bepaalde in artikel 6, tweede lid van de Huisvestingsverordening voegt de aanvrager voegt bij de aanvraag de stukken toe, waaruit blijkt dat deze voldoet aan de onder artikel 3 i t/m x genoemde voorwaarden. 2.. Wanneer de aanvraag compleet is ingediend vindt de beoordeling plaats. Indien een aanvraag onvolledig is, krijgt de aanvrager gedurende een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen termijn de tijd voor het aanvullen van de ontbrekende gegevens. 3.. Het college van burgemeester en wethouders toetst de aanvraag aan het bepaalde in deze beleidsregel en aan het bepaalde in de Huisvestingsverordening. De aanvrager krijgt binnen 6 weken schriftelijk bericht over de beslissing. Deze termijn wordt opgeschort met de tijd die de aanvrager heeft gekregen om een incomplete aanvraag aan te vullen zoals bedoeld in het tweede lid. 4.. De voorrang huisvestingsvergunning voor deze bijzondere beroepsgroep die is verleend op basis van deze voorrangsregeling geldt tot één jaar na toekenning. Verlenging van de voorrang is niet mogelijk. Hiervoor dient een nieuwe aanvraag te worden gedaan. Dit kan vanaf vier weken voorafgaand aan het verlopen van de toekenning. 5.. Er zijn behandelingskosten aan de aanvraag verbonden (€ 84,80 prijspeil 2024). 6.. De voorrangsregel is niet gericht op het maken van wooncarrière. Daadwerkelijke woningtoewijzing hangt af van passende woningen die bijvoorbeeld na mutatie leeg komen voor verhuur. 7.. Onverminderd het bepaalde in de Huisvestingsverordening komen voor toewijzing op basis van deze beleidsregel uitsluitend woningen in aanmerking die zich binnen max. 5 (fiets) minuten van de brandweerpost bevinden waar de aanvrager werkzaam is. 8.. De betrokken woning wordt via directe bemiddeling toegewezen, omdat dat volgens de toegelaten instelling (corporatie) die voor de uitvoering van deze verordening noodzakelijk is, zoals bedoeld in artikel 16, derde lid, onder g., van de Huisvestingsverordening. De noodzaak is gelegen in: het beperkte aantal van 3 woningen per jaar dat conform deze beleidsregel wordt toegewezen; dat de toewijzing praktisch op een andere wijze niet goed uitvoerbaar is, en de invulling van het amendement, die aan deze beleidsregel ten grondslag ligt, niet goed mogelijk maakt; het vereiste maatwerk dat bij de woningtoewijzing aan de orde is, zoals in lid 7 hierboven bedoeld. 9.. Aanvragen die het quotum per jaar te boven gaan worden afgewezen. Deze aanvragen kunnen het volgende kalenderjaar opnieuw worden ingediend. Wanneer er in een kalenderjaar meer aanvragen op grond van de regeling worden ontvangen dan het quotum zoals bedoel in artikel 2 toelaat, dan wijst het college op grond van deze regeling toe op basis van volgorde van binnenkomst van de aanvraag bij de gemeente. Indien dit criterium geen uitkomst biedt, dan wordt passende woonruimte aangeboden aan degene met de langste inschrijfduur bij Woningnet. Biedt ook dat criterium geen uitkomst dan wordt er geloot.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel