Het college bepaalt de locatie van de laadgelegenheid en de aan te wijzen parkeerplaatsen. Het college toetst hierbij aan de volgende criteria:
De behoefte aan een laadgelegenheid die moet blijken uit de behoefte van gebruikers binnen een straal van hemelsbreed 250 meter van de aangevraagde locatie;
Er wordt geen laadgelegenheid geplaatst binnen een straal van 250 meter rond een bestaande laadgelegenheid, tenzij aantoonbaar is gemaakt dat dit vanwege de grote behoefte bij gebruikers noodzakelijk is. Of omdat de locatie goed toegankelijk is en daarmee meerdere laadgelegenheden bij elkaar rechtvaardigt. Of omdat er sprake is van een beschermd dorps/stadsgezicht waardoor er op andere plekken meer dichterbij elkaar komen te staan. Of in nieuwbouwwijken;
Een laadgelegenheid wordt bij de aanvraag alleen geplaatst op ondergrond in eigendom van de gemeente of op grond die binnen een termijn van 6 maanden in eigendom van de gemeente komt;
De oplaadlocatie van de laadgelegenheid moet voldoende vindbaar, zichtbaar en goed bereikbaar zijn;
De oplaadlocatie moet het gebruik door meerdere gebruikers mogelijk maken en niet impliceren dat de paal tot het eigendom van een individuele gebruiker behoort. Dit om te voorkomen dat er “privé-parkeerplaatsen” gecreëerd worden;
De laadgelegenheid moet beschikken over twee of meer aansluitpunten waardoor twee of meer parkeerplaatsen worden bediend;
De oplaadlocatie betreft bestaande parkeerplaatsen;
De doorgang voor ander verkeer (auto, fiets, voetganger, rolstoel etc.) dient gewaarborgd te blijven;
De oplaadlocatie mag de veiligheid van het verkeer niet in gevaar brengen;
Er mogen geen belemmeringen zijn ten aanzien van ander straatmeubilair en/of (openbaar) groen of de verkeersveiligheid;
Het uiterlijk van de laadgelegenheid moet passen in het straatbeeld. De laadgelegenheid is sober vorm gegeven, heeft geen uitgesproken holtes, welvingen of scherpe punten;
Er mogen geen extra objecten worden geplaatst ten behoeve van aanrijbeveiliging;
De funderingsbevestiging mag niet zichtbaar zijn boven het straatwerk;
De oplaadlocatie mag het beheer van de openbare ruimte niet beperken;
De oplaadlocatie mag strategische ontwikkelingen en geplande reconstructies of andere infrastructurele ontwikkelingen niet belemmeren.
Artikel 3