Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Schoon en leefbaar huis en kindzorg (Wmo)

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Vlissingen 2025

Ondersteuning bij een schoon en leefbaar huis, was- en strijktaken, boodschappen en maaltijdverzorging is noodzakelijk wanneer een inwoner (en eventuele huisgenoten) beperkingen ondervindt bij het verrichten (van een deel) van deze taken. Hierbij geldt dat de hulp de taken die de inwoner/huisgenoten nog zelf kan/kunnen doen, eventueel verdeeld over de week, niet overneemt. Wanneer een ouder beperkt is in het uitvoeren van de zorgtaken voor zijn kinderen en er zijn geen huisgenoten die deze taken kunnen overnemen en bovendien kinderopvang niet mogelijk is, bestaat er een mogelijkheid voor kindzorg. De ondersteuning bij een schoon en leefbaar huis en de kindzorg behoren tot een algemene voorziening, die de inwoner rechtstreeks via de aanbieder kan krijgen (zie paragraaf 2.5). Een maatwerkvoorzienig kennen wij alleen toe als het inzetten van de algemene voorziening niet passend is. Bij maatwerkvoorzieningen wordt gebruik gemaakt van de normering en frequentie die is opgenomen in bijlage 2 bij deze beleidsregels. Bij algemene voorzieningen bepaalt de zorgaanbieder in overleg met de inwoner hoeveel hulp nodig is. Wanneer de zorgaanbieder en de inwoner van mening verschillen over de passendheid en/of de benodigde hoeveelheid hulp, dan kan een beoordeling plaatsvinden door een ergotherapeut (pilot ergotherapie) of door de gemeente. De ondersteuning bij een schoon en leefbaar huis of kindzorg valt na een onderzoek door de gemeente nog steeds onder de algemene voorziening, als de gemeente de algemene voorziening als passend beschouwt. Een maatwerkvoorziening wijzen wij dan af. Uitgangspunten: Activiteiten die niet tot ondersteuning bij een schoon en leefbaar huis vallen, zijn onder andere: tuinonderhoud, opruimen van schuur en zolder, ramen aan de buitenkant, verzorging van huisdieren; vervuiling door huisdieren; De wasserij van Orionis Walcheren is voorliggend op hulp aan huis voor was- en strijktaken. Alleen wanneer de wasserij niet geschikt is, bijvoorbeeld vanwege ernstige incontinentie waarvoor incontinentiemateriaal en bedonderleggers onvoldoende is, is een uitzondering mogelijk; Ook voor het doen van boodschappen en maaltijdverzorging geldt dat gebruik wordt gemaakt van voorliggende mogelijkheden; Bij toekenning van hulp voor zorgtaken van kinderen gaat het slechts om taken op planbare momenten. De Wmo is niet bedoeld voor beperkingen bij het toezicht houden, bij het opvoeden of wanneer de mogelijkheid ontbreekt te reageren/in te grijpen op onplanbare momenten. Hulp uit het sociaal netwerk, vormen van kinderopvang, een steun- of gastgezin of mogelijkheden vanuit de Jeugdwet zijn dan aangewezen.

Rechtspraak bij dit artikel