Een scootmobiel verstrekt de gemeente indien de inwoner geen gebruik kan maken van een reguliere, algemeen gebruikelijke fiets, bromfiets of snorfiets. Bovendien gelden de volgende criteria:
De inwoner kan geen gebruik maken van een fietsvoorziening (zie vorige paragraaf) of kan in aansluiting op het vervoer per aangepaste fiets niet lopen in winkels en voetgangersgebieden (loopafstand minder dan 100 meter);
De scootmobiel gaat frequent (minimaal 1 keer per week) gebruikt worden en niet alleen voor recreatieve verplaatsingen;
De scootmobiel biedt een oplossing voor een relevant deel van de vervoersbehoefte;
Er is geen alternatieve of goedkopere vervoersmogelijkheid;
Er is een geschikte mogelijkheid tot veilig, overdekt en afgeschermd stallen in of bij de woning, die de inwoner zelfstandig kan bereiken, en er is in de stalling een oplaadpunt aanwezig of eenvoudig te realiseren;
De inwoner is rijvaardig en kan veilig deelnemen aan het verkeer.
Uitgangspunt bij de verstrekking van een scootmobiel is goedkoopst adequaat. De gemeente heeft een contract met leveranciers. Een deskundig medewerker van een leverancier bepaalt wat nodig is voor de inwoner. Als er geen noodzaak is voor een duurdere scootmobiel, een scootmobiel met extra goede vering, met een hogere snelheid en/of met een grotere actieradius dan ongeveer 30 km, verstrekt de gemeente deze niet.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.13.3
Scootmobiel
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Vlissingen 2025