Dagbesteding is een voorziening voor inwoners of jeugdigen die beperkt zijn in de zelfredzaamheid en participatie, die zelf geen activiteiten meer kunnen ondernemen en/of niet aan algemeen beschikbare activiteiten of verenigingen kunnen deelnemen en daardoor weinig sociale contacten hebben. Deze voorziening kunnen we inzetten voor respijtzorg, sociale ontmoeting en het aanbrengen van een dagstructuur voor de inwoner of jeugdige. Dagbesteding is in groepsverband en betreft een dagdeel van minimaal 3 uur.
In de Wmo kan het gaan om reguliere, specialistische en arbeidsmatige dagbesteding. Een inloophuis of -café of het begeleid werken in een bedrijf of organisatie zijn voorliggend op Wmo-dagbesteding, waarvoor dus geen (pgb voor) Wmo-maatwerk mogelijk is.
Specialistische dagbesteding (Wmo-maatwerk en individuele jeugdhulp) is bestemd voor inwoners of jeugdigen met ernstige (gedrags)problematiek die intensieve begeleiding tijdens de dagbesteding vergt (1 begeleider op 2 of 3 betrokkenen). Het gaat hierbij niet om intensieve begeleiding die nodig is bij het verrichten van voor de inwoner of jeugdige te moeilijke activiteiten tijdens de dagbesteding, aangezien het uitgangspunt is dat de activiteiten passend zijn bij de mogelijkheden van de inwoner of jeugdige.
Uit oogpunt van goedkoopst adequaat is dagbesteding voorliggend op begeleiding als met de ondersteuning hetzelfde doel kan worden bereikt. Bij respijtzorg geldt zeker het uitgangspunt dat dagbesteding voorliggend is op begeleiding, omdat dagbesteding meer ontlasting biedt voor de mantelzorger. Begeleiding en dagbesteding kennen we ook naast elkaar toe. De mate van begeleiding en dagbesteding stemmen we dan op elkaar af.
Bij dagbesteding geldt als uitgangspunt dat we het voor de inwoner of jeugdige, of bij respijtzorg het voor de overbelaste mantelzorger, noodzakelijke aantal dagdelen per week toekennen.
Dagbesteding inclusief eventueel noodzakelijk vervoer is in de Wmo een algemene voorziening, die rechtstreeks via de aanbieder te verkrijgen is (zie paragraaf 2.5). Een maatwerkvoorzienig voor Wmo-dagbesteding kennen we slechts toe indien de algemene voorziening dagbesteding voor de inwoner niet passend is. Van een inwoner verwachten we dat hij de algemene voorziening voor dagbesteding minimaal vijf keer uitprobeert, alvorens hij bij de gemeente een melding doet voor een maatwerkvoorziening. Wanneer uit een onderzoek door de gemeente blijkt dat de algemene voorziening voor dagbesteding wel passend is, wijzen wij een maatwerkvoorziening af.
Bij de algemene voorzieningen bepaalt de zorgaanbieder in overleg met de inwoner hoeveel dagdelen dagbesteding nodig is. Wanneer de zorgaanbieder en de inwoner van mening verschillen over de passendheid en/of de benodigde hoeveelheid hulp, dan kan een beoordeling plaatsvinden door de gemeente. De dagbesteding kan na een onderzoek door de gemeente nog steeds vallen onder de algemene voorziening, als de gemeente de algemene voorziening als passend beschouwt. Een maatwerkvoorziening wijzen wij dan af.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Dagbesteding (Wmo en JW)
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Vlissingen 2025