Voor jeugdhulp is het uitgangspunt een beschikkingsduur van maximaal 1 jaar, omdat een jeugdige opgroeit en ontwikkelt waardoor de situatie verandert. Een uitzondering hierop is mogelijk als uit zorgvuldige onderzoek blijkt dat een jaarlijkse verlenging niet noodzakelijk is of ongewenst is. Dit motiveert de gemeente in het ondersteuningsplan en vermelden we tevens in de beschikking. Ook een kortere beschikkingsduur dan 1 jaar is mogelijk op basis van de leer- of behandeldoelen die zijn opgenomen in het ondersteuningsplan en waarbij eerder dan een jaar al resultaat behaald kan worden.
Voor de Wmo gaat de gemeente uit van de volgende beschikkingsduur:
Begeleiding: maximaal 3 jaar
Woningaanpassingen: maximaal 10 jaar;
Hulpmiddelen (rolstoelen, fietsvoorzieningen, scootmobielen, roerende woonvoorzieningen): maximaal 7 jaar;
Collectief vervoer: maximaal 2 jaar;
Voor de overige Wmo-voorzieningen geldt het uitgangspunt van een beschikkingsduur van maximaal 1 jaar. Een uitzondering hierop is mogelijk indien een inwoner met voldoende regie die fysieke beperkingen heeft zonder mogelijkheid tot herstel en die gebruik maakt van een maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp, waarbij algemene voorziening voor een schoon en leefbaar huis niet passend is: maximaal 2 jaar.
Gedurende de beschikkingsduur kunnen evaluaties plaatsvinden. De frequentie van de evaluatiemomenten verschilt per voorziening. Bij Jeugdhulp bepaalt het onderzoek door de gemeente en het ondersteuningsplan wanneer er evaluatie(s) plaatsvinden. Wanneer jeugdhulp langer dan 1 jaar wordt toegekend, vindt in ieder geval na een jaar/jaarlijks een evaluatie plaats. Ook bij Wmo-begeleiding evalueren we jaarlijks. Als dit noodzakelijk is, betrekt de gemeente hierbij ook een door de aanbieder en de jeugdige, ouder of inwoner opgestelde evaluatie van de hulp of ondersteuning die is verleend. Deze evaluatie wordt in eerste instantie via de inwoner, jeugdige of ouder opgevraagd. Als de cliënt niet over de evaluatie beschikt of deze niet wil verstrekken, biedt de Wmo 2015 een grondslag voor het opvragen van deze gegevens bij de aanbieder. De aanbieder is verplicht deze gegevens desgevraagd te verstrekken. De Jeugdwet biedt deze grondslag niet. Daarom is het bij jeugdhulp alleen mogelijk de evaluatie op te vragen bij de aanbieder als de jeugdige en/of ouder(s) hier uitdrukkelijke toestemming voor hebben gegeven. Op grond van art 2.7 lid 1 Jeugdwet kan wel informatie worden opgevraagd bij school, ook zonder toestemming van ouders. In het kader van transparantie moet het ouders wel gemeld worden als de gemeente dit doet.
Extra aandachtspunt bij uitvoering van de Jeugdwet is, dat vrijwel alle jeugdhulp eindigt als de jeugdige 18 jaar wordt. De gemeente verwacht daarom dat de jeugdige zich samen met de zorgaanbieder op tijd voorbereidt op de toekomst. Om een zorgvuldige overgang te bevorderen (zie paragraaf 5.5), vinden er in de leeftijdsperiode van 16 tot 18 jaar 2 tot 3 evaluaties plaats.
Bij woningaanpassingen evalueert de gemeente na 3 jaar, na 6 jaar en na 9 jaar. Bij hulpmiddelen vindt een evaluatie na 2 jaar, na 4 jaar en na 6 jaar plaats. Van deze termijnen kan worden afgeweken om bij een inwoner met meerdere voorzieningen evaluaties te kunnen combineren.
Als een beschikking nog voortduurt, is het mogelijk om de voorziening, hulp en/of ondersteuning op basis van heronderzoek te beëindigen. Een heronderzoek is identiek aan het onderzoek dat plaatsvindt bij een melding/aanvraag. Een heronderzoek kan plaatsvinden op basis van steekproeven, maar ook op basis van een evaluatie, waaruit blijkt dat een voorziening niet meer passend is, niet langer nodig is of niet meer of onjuist gebruikt wordt. De gemeente kan hierbij gebruik maken van signalen van zorgaanbieders en leveranciers, maar ook de gemeentelijk basisregistratie, bijvoorbeeld bij een verhuizing of wijziging van de samenstelling van de leefeenheid in relatie tot gebruikelijke hulp.
Een heronderzoek kan ook aan de orde zijn bij hoge/stijgende uitgaven voor of stapeling van zorg en ondersteuning. Er kan dan onderzocht worden of er een goedkopere, adequate oplossing is of dat een inwoner of jeugdige aanspraak kan maken op de Wlz.
Tot slot is ook bij een wijziging in het beleid een heronderzoek mogelijk. De gemeente kondigt dit dan tijdig aan of biedt een overgangsperiode van 3-6 maanden.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.6
Beschikkingsduur, evaluatie en heronderzoek (Wmo en Jw)
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Vlissingen 2025