Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het legaliseren van een bestaand hulpgebouw mits:
wordt voldaan aan de instructieregels van het Rijk uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de regels uit de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant;
Noot: t.a.v. de hulpgebouwen gelden hier in het bijzonder de artikelen 5.7, 5.8,5.30, eerste lid,5.33, eerste lid en 5.59, sub b van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
het een bestaand hulpgebouw (HG76) betreft;
ontstaan of opgericht vòòr 27 augustus 1976;
met bestaande oppervlakte en hoogtematen op datum in lid 1;
op de oorspronkelijke plaats/locatie of clustering met nabijgelegen bestaande hulpgebouwen;
voor bestaand aangetoond gebruik op datum in sub lid 1 (dagrecreatie of verblijfsrecreatie);
permanente bewoning is niet toegestaan.
Een bestaand hulpgebouw (HG98) betreft;
ontstaan of opgericht na 27 augustus 1976 maar vòòr 22 april 1998;
met de bestaande maximale oppervlakte, of maximale oppervlakte van 30 m2, een maximale bouwhoogte van 3 meter en goothoogte van 2,5 meter;
op de oorspronkelijke plaats/locatie, of;
indien clustering of verplaatsing van nabijgelegen bestaande hulpgebouwen gelden de volgende voorwaarden:
de bebouwing aan de straatzijde wordt gesitueerd;
de bebouwing op minimaal 2 meter uit de perceelsgrens en in de hoek van het perceel wordt gesitueerd;
met beplanting ingepast;
permanente bewoning is niet toegestaan.
Een bestaand gebouw ten behoeve van verenigingsleven (HG ver.) ontstaan of opgericht vòòr 22 april 1998;
met bestaande oppervlakte en hoogtematen op datum in sub lid 1;
alleen voor gebruik ten behoeve van verenigingsleven (of gelijkwaardig gebruik);
met beplanting ingepast;
permanente bewoning is niet toegestaan.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1.
Artikel 4.1.3.
Een gebouw binnen de onderstaande categorieën
Onderdeel van Beleidsregel kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit 2e herziening - Gemeente Valkenswaard