Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4.

Artikel 5.4.1.

Bodemverontreiniging

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Tytsjerksteradiel

1.. Voor werkzaamheden in of met verontreinigde grond is de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing. Het toepassen van grond/baggerspecie en bouwstoffen is geregeld in het Besluit Bodemkwaliteit. Ten behoeve van het bepalen van veiligheids- en gezondheidsrisco’s en de bijbehorende beschermende maatregelen geldt de door de CROW uitgebrachte richtlijn “Werken in en met verontreinigde bodem” (publicatie 400). Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet van toepassing. Voor thema bodem zullen een aantal wijzigingen van de bestaande wet- en regelgeving plaatsvinden. De grondroerder dient altijd te werken volgens de meest recente versie van deze richtlijnen. 2.. De initiatiefnemer van een project dient vooraf te inventariseren of er sprake is van verdachte locaties ten aanzien van bodemverontreiniging binnen het werkgebied. De grondroerwerkzaamheden mogen namelijk niet zorgen voor verslechtering van de bodemkwaliteit (standstill-principe). Onder andere via de websites www.bodemloket.nl (initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk) en www.rwsleefomgeving.nl (Rijkswaterstaat) is te achterhalen waar zich verontreinigde of verdachte locaties bevinden. Indien de grondroerder initiatiefnemer is kan hij voor de meest recente informatie en/of detailinformatie contact opnemen met burgemeester en wethouders. 3.. Indien een grondroerder een kabel- c.q. leidingtracé wil aanleggen in een gebied waarvan vooraf is vastgesteld dat de bodem sterk verontreinigd is ligt een eventuele saneringsplicht bij de grondroerder. Als de netbeheerder daarom verzoekt, kan in overleg met de toezichthouder een alternatief tracé worden gekozen, of waarbij de werkzaamheden middels ‘sleufloze technieken’ (bijvoorbeeld een gestuurde boring) worden uitgevoerd. Hiermee wordt grondroering in sterk verontreinigde vermeden en bestaat er geen formeel geen saneringsplicht. 4.. Behalve de inventarisatie als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, zorgt de grondroerder er conform het bepaalde in artikel 5.4 voor dat de juiste noodzakelijke (beschermings-)maatregelen in acht worden genomen en legt daarvoor voorwaarden vast in een VG&M-plan. De opdrachtgever is verantwoordelijk een VGM-plan op te stellen in de voorbereidingsfase, de uitvoerende partij (grondroerder) stel het VGM-plan uitvoeringsfase op. 5.. Indien de gemeente initiatiefnemer is zal zij die maatregelen nemen die noodzakelijk zijn vanwege wetgeving en eventueel aanvullende eisen die de gemeente zelf of het bevoegd gezag stelt in het kader van het betreffende project. De gemeente is niet gehouden te voldoen en geeft geen invulling aan kwaliteitseisen die netbeheerders zelf stellen ten aanzien van hun netstructuur in (voormalig) verontreinigde grond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel