**1..** Binnen het kabel- en leidingtracé worden de kabels en/of leidingen ten opzichte van het maaiveld qua verticale maatvoering volgens een vaste volgorde ingedeeld. De verticale indeling is weergegeven in het standaarddwarsprofiel.
**2..** Burgemeester en wethouders melden aan de netbeheerders of er door of vanwege de gemeente werkzaamheden zullen plaatsvinden (of hebben plaatsgevonden) waardoor de maaiveldhoogte significant (0,20 m of meer verhogen of 0,10 m of meer verlagen) wordt of is gewijzigd.
**3..** Uitgangspunten bij verticale ligging:
distributiekabels en/of -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen;
vrijverval -leidingen hebben voorrang boven drukleidingen;
kabels en/of leidingen mogen niet binnen het ontgravingsprofiel van de riolering aangelegd worden. Het ontgravingsprofiel is bekend bij de rioolbeheerder van de gemeente;
bij kruisingen van kabels en/of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,20 m;
er moet een strook tussen 0,70 m -mv en 0,80 m -mv vrijgehouden worden in verband met kruisende vrijverval rioolaansluitingen.
**4..** Het bovengenoemde basisprincipe moet zoveel mogelijk worden nagestreefd, mede in verband met kruisende rioolaansluitingen. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders een andere verticale ligging toestaan c.q. voorschrijven.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.2.
Artikel 7.2.3.
Verticale ligging
Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Tytsjerksteradiel