Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning

Onderdeel van Marktverordening Tytsjerksteradiel

1.. Burgemeester en wethouders trekken de vaste-standplaatsvergunning in: op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 10 een aanvraag tot overschrijving is ingediend. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen de vaste-standplaatsvergunning intrekken als: de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; van de vergunning gedurende ten minste vier maanden geen gebruik is gemaakt; de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd. als er waren op de markt worden verkocht, die in strijd zijn met de Warenwet. 3.. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt. 4.. Als de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de betreffende markt heeft ingenomen, vervalt de vaste-standplaatsvergunning voor de rest van de dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel