Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Zwolle 2025

1.. Het college onderzoekt in samenspraak met de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de melding van de hulpvraag: de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; of sprake is van opgroeiproblemen, psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen, en zo ja: welke problemen of stoornissen dat zijn; of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden, waarbij de balans tussen draaglast en draagkracht wordt meegewogen, en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, algemene voorziening of specialistische voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning, hulp en zorg; welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de jeugdige, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; hoe bij de bepaling en inzet van een voorziening zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en indien van toepassing, hoe de toekenning van een voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen. 2.. Het college zet voor het onderzoek als bedoeld in het eerste lid de daarvoor benodigde specifieke deskundigheid in en informeert de jeugdige of ouder desgewenst over die deskundigheid. 3.. Het onderzoek als bedoeld in het eerste lid vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde professional als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit Jeugdwet. 4.. Als de jeugdige of zijn ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek. 5.. Het college informeert de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. 6.. Het college informeert jeugdigen, ouders en pleegouders over de mogelijkheid gebruik te maken van de diensten van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. 7.. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel