Naar hoofdinhoud

Artikel 2. Definities

Artikel 2. Definities

Onderdeel van Beleidsregels Bomen 2025

bomencompensatieplicht: herplantplicht en/of financiële compensatieplicht. boom: een houtig opgaand gewas met een stamomtrek van minimaal 14 centimeter op 1 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. Inbegrepen zijn de kroon, de stam en de wortels van de boom. boomkroonvolume (BKV): het gemiddelde, op een bepaalde leeftijd te verwachten kroonvolume van een boom. Hierbij rekening houdend met de groeisnelheid, grootte- en breedteklasse van de verschillende boomsoorten. dunning: het vellen van een of meerdere bomen, maximaal 20% van het geheel aan bomen binnen de houtopstand, dat gebeurt als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand inclusief onderbegroeiing. duurzame groeiplaats: een groeiplaats die zodanig gunstig is ingericht, dat de houtopstand, voor de beoogde omlooptijd, onbelemmerd kan uitgroeien en de beoogde vorm en omvang kan bereiken. Ondergronds dient er voldoende doorwortelbare ruimte met noodzakelijke vocht, zuurstof en voeding aanwezig te zijn. Bovengronds moet er voldoende vrije ruimte beschikbaar zijn voor het ontwikkelen van de kroon, stam en stamvoet. financiële compensatieplicht: verplichting van de vergunninghouder om geld te betalen aan de gemeente waarmee de gemeente zelf een nieuwe boom of nieuwe bomen gaat planten. gemeentelijk reconstructieplan: het door de gemeente opnieuw inrichten van openbaar gebied, waarbij nieuwe materialen en grondstoffen worden gebruikt en/of materialen en grondstoffen die al in het openbaar gebied aanwezig waren worden hergebruikt. Ten gevolge van een reconstructieplan kan een andere indeling ontstaan of kan het openbaar gebied geheel of gedeeltelijk in zijn oorspronkelijke vorm worden teruggebracht. herplantplicht: verplichting van de vergunninghouder om een nieuwe boom of nieuwe bomen op eigen grond te planten. houtopstand: één of meer bomen. invasieve exoot: een boomsoort die op de Unielijst van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit staat. kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand. knotten/kandelaren/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaarde of gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud. monetaire boomwaarde: actuele waarde van een boom in euro’s, vastgesteld door een erkende boomtaxateur op basis van het meest recente Rekenmodel Vervangingskosten van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). natuur: Natuurnetwerk Nederland, Natuurnetwerk Brabant en/of gebieden die in het (tijdelijke) omgevingsplan een bestemming ‘natuur’ hebben. project: een openbare (gemeentelijke) of particuliere activiteit of werkzaamheid die de fysieke leefomgeving ter plaatse van (een) houtopstand(en) wijzigt, en van invloed is op de houtopstand(en). Als voorbeelden kunnen worden genoemd het bouwen of realiseren van gebouwen of bouwwerken, de realisatie of reconstructie van wegen, parken of watergangen. projectgebied bouwplan: de volledige omvang van het bouwplan inclusief tuinen, andere private terreinen en het openbaar gebied. Conform de tekening behorende bij de aanvraag of conform de tekening behorende bij het vastgestelde project. projectgebied gemeentelijke reconstructieplan: de omvang van het openbaar gebied waar de activiteit en/of de werkzaamheden plaatsvinden conform het vastgestelde project. Tuinen en andere private terreinen vallen in een reconstructieplan niet binnen het projectgebied. rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand. slechte toekomstverwachting: de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is minimaal of nihil te noemen waarbij verwacht wordt dat herstel van de boom niet of nauwelijks mogelijk is (toekomstverwachting < 5 jaar). Het vaststellen van de toekomstverwachting moet gebeuren door een boomdeskundige. Onder boomdeskundige wordt in dit geval verstaan: persoon in het bezit van een European Tree Worker (ETW) certificaat of een boomveiligheidscontroleur (BVC) certificaat. vellen: het rooien, het kappen, het snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel, of het voorbereiden van een verplanting met inbegrip van verplanten, of het voor de eerste maal knotten/kandelaren/kandelaberen, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Rechtspraak bij dit artikel