Voor het vellen van maximaal 2 vergunningplichtige bomen op particuliere grond, indien er geen sprake is van een project, gelden voor de bomencompensatieplicht andere regels dan voor projecten. Voor die bomen geldt geen verplichte toename van het boomkroonvolume (BKV) van 10%. Ook is het opstellen van een herplantplan niet noodzakelijk. Voor de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand volstaat, aanvullend op de indieningsvereisten vanuit de Omgevingswet, het toevoegen van een kaart van het perceel waarbij (schematisch) wordt aangegeven:
de locaties van de te herplanten boom/bomen. De te herplanten boom/bomen moet(en) minimaal even goed zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte als de te vellen boom/bomen;
de plantmaat van de te herplanten boom/bomen. De plantmaat moet minimaal 20-25 cm stamomtrek bedragen, gemeten op 1 meter hoogte;
de wetenschappelijke soortnamen van de te herplanten boom/bomen.
De herplantbomen moeten binnen 1 jaar, na de datum van verlening van de omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand, zijn aangeplant.
Herplantbomen moeten, als ze dood gaan, vervangen worden door een boom van dezelfde soort en omvang.
Voor het bepalen van de herplant, moeten de volgende stappen doorlopen worden:
Stap 1: bepaal de soortnaam van de te vellen boom. Bij twijfel over de boomsoort, kan contact worden opgenomen met de gemeente.
Stap 2: zoek in de tabel in Bijlage 2 de groeisnelheid, grootte- en breedteklasse van de boomsoort op.
Stap 3: zoek in de herplanttabel in Bijlage 4 op, welke opties er zijn voor de herplant en maak een keuze.
Stap 4: bepaal met behulp van de tabel in Bijlage 2, de boomsoorten van de herplant en bepaal op welke plek(ken) op het kadastrale perceel de herplant wordt gerealiseerd.
Een duurzame groeiplaatsinrichting is van belang, zodat de boom voldoende ruimte krijgt om te groeien, hinder beperkt wordt en de kans dat de boom dood gaat wordt geminimaliseerd. De benodigde boven- en ondergrondse groeiruimte is afhankelijk van de groeisnelheid, grootte- en breedteklasse van de boomsoort. Bijlage 5 kan worden geraadpleegd voor een indicatie van de ondergrondse groeiruimte.
Indien herplant op het kadastrale perceel, waarop de te vellen boom staat, niet mogelijk is, dan is financiële bomencompensatie verplicht. Dit gebeurt door middel van een storting in het gemeentelijke bomencompensatiefonds. De hoogte van de financiële bijdrage is afhankelijk van omtrek van de stam van de te vellen boom op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld:
Voor een boom met een omtrek van de stam van 100 cm (= 31,83 cm doorsnede) tot 160 cm (= 50,93 cm doorsnede), dient 500 euro gestort te worden in het gemeentelijke bomencompensatiefonds.
Voor een boom met een omtrek van de stam van 160 cm (= 50,93 cm doorsnede) tot 250 cm (= 79,58 cm doorsnede), dient 1000 euro gestort te worden in het gemeentelijke bomencompensatiefonds.
Voor een boom met een omtrek van de stam van 250 cm (=79,58 cm doorsnede) of groter, dient 2000 euro gestort te worden in het gemeentelijke bomencompensatiefonds.
Wanneer bomencompensatie gedeeltelijk gebeurt d.m.v. herplant, dan zal aanvullend daarop een financiële bomencompensatie door een storting in het gemeentelijke bomencompensatiefonds plaats moeten vinden. Hiervoor worden maatwerkafspraken gemaakt, waarbij de gemeente beslist bij een eventueel meningsverschil over de hoogte van de financiële bijdrage. Hierbij worden de groeisnelheid, grootte- en breedteklasse van de te vellen boom en de herplantbomen in overweging genomen. De financiële bijdrage zal lager zijn naarmate er meer BKV wordt gecompenseerd.
Artikel 7.5 Bomencompensatieplicht voor de kap van maximaal 2 bomen op particuliere grond
Artikel 7.5 Bomencompensatieplicht voor de kap van maximaal 2 bomen op particuliere grond
Onderdeel van Beleidsregels Bomen 2025