Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 12.

Specifieke criteria algemene voorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2025

1.. Onder ‘Eigen kracht’ als bedoeld in artikel 11 lid 2 sub a wordt in ieder geval verstaan: gebruikelijke hulp door huisgenoten en/of sociaal netwerk; boven-gebruikelijke hulp door huisgenoten voor zover dat in de gegeven omstandigheden kan worden verwacht; ondersteuning vanuit het sociale netwerk; het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten; het kunnen aanschaffen van een algemeen gebruikelijke voorziening; 2.. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders/verzorgers, inwonende kinderen of andere huisgenoten en waarvoor geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt indien gebruikelijke hulp daadwerkelijk beschikbaar is en in de gegeven omstandigheden verwacht kan worden. 3.. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de noodzakelijke hulp uitstijgt boven de hulp die een persoon van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren: de mate van toezicht, begeleiding en stimulans die de aanvrager nodig heeft gelet op de beperkingen; de omvang van de ondersteuningsbehoefte die nodig is om de zelfredzaamheid en/of participatie van de aanvrager de vergroten; de mate van planbaarheid van de ondersteuning; de behoeften en mogelijkheden van de aanvrager. 4.. Als de noodzakelijke geboden hulp de gebruikelijke hulp overstijgt is er sprake van boven-gebruikelijke hulp. Als de boven-gebruikelijk hulp in de gegeven omstandigheden van huisgenoten verwacht kan worden, bestaat er geen recht op een maatwerkvoorziening. Of dit verwacht mag worden onderzoekt het college aan de hand van de volgende factoren: relatie: de onderlinge relatie tussen de aanvrager en diens huisgenoot of huisgenoten die de noodzakelijk hulp biedt; draagkracht: of de huisgenoot of huisgenoten in staat zijn de noodzakelijk hulp te bieden gelet op diens geestelijke en lichamelijke welzijn en vaardigheden; draaglast: of het bieden van de noodzakelijke hulp geen overbelasting oplevert; compensatie: of de huisgenoot of huisgenoten de noodzakelijke hulp blijven bieden, ook zonder vergoeding. 5.. Als na onderzoek blijkt dat het bieden van boven-gebruikelijke hulp in de gegeven omstandigheden niet van huisgenoten kan worden verwacht, kan er aanspraak bestaan op een maatwerkvoorziening. 6.. Voor zover aanspraak bestaat op een maatwerkvoorziening, dient deze erop te zijn gericht de eigen kracht van de aanvrager en diens sociale netwerk te vergroten. 7.. Het sociaal netwerk van de aanvrager bestaat uit personen in de huiselijke kring of andere personen met wie hij/zij een sociale relatie heeft. Onder ‘huiselijke kring’ wordt verstaan familieleden, huisgenoten, de (ex) echtgenoot of mantelzorgers. Met ‘andere personen’ wordt bedoeld: mensen met wie regelmatig contact wordt onderhouden. 8.. Als met hulp van het sociaal netwerk de hulpvraag kan worden opgelost, is er sprake van voldoende eigen kracht. 9.. Een algemeen gebruikelijke voorziening is: niet specifiek bedoeld voor personen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar op de vrije markt, levert een passende bijdrage aan het vergroten van de zelfredzaamheid of participatie en kan financieel worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. De voorziening kan financieel gedragen worden als de kosten binnen een termijn van 36 maanden kunnen worden terugbetaald bij een aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Bij de beoordeling of een voorziening financieel gedragen kan worden, wordt ook rekening gehouden met het tweedehands aanbod voor zover daarbinnen passende voorzieningen beschikbaar zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel