**1..** De raad kan het uitzicht of het recht op pensioen geheel of
gedeeltelijk vervallen verklaren:
indien degene die dat uitzicht of recht heeft zich in
vreemde krijgsdienst of in vreemde overheidsdienst heeft
begeven en naar zijn oordeel zich daardoor uit Nederlands
nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen;
indien degene die dat uitzicht of recht heeft wegens enig
strafbaar feit is veroordeeld waaruit naar zijn oordeel
blijkt dat hij zich uit Nederlands nationaal oogpunt
beschouwd onwaardig heeft gedragen;
indien degene die dat uitzicht of recht heeft overeenkomstig
artikel W9 van de Kieswet van het lidmaatschap van de raad
vervallen verklaard is;
indien het ontslag als wethouder die dat uitzicht of recht
heeft, voortvloeit uit het feit dat hij zich aan kennelijk
wangedrag of grove verwaarlozing van zijn taak heeft
schuldig gemaakt. Onder grove verwaarlozing van zijn taak
wordt begrepen het zonder genoegzame grond weigeren de in
artikel 169 lid 2 van de Gemeentewet bedoelde inlichtingen
aan de raad te verstrekken.
**2..** In bijzondere gevallen kan de raad een door of als gevolg van de
toepassing van het vorige lid vervallen uitzicht of recht op
pensioen geheel of gedeeltelijk herstellen.
Afdeling II › Hoofdstuk IV
Artikel 39
Vervallenverklaring van uitzicht of recht op pensioen.
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders gemeente Delft 1992