Voor zover de voor uitkering en pensioen in aanmerking komende tijd
kalenderjaren of kalendermaanden omvat, wordt deze tijd uitgedrukt
in jaren onderscheidenlijk maanden voor uitkering en pensioen in
aanmerking komende tijd. De overige tijd wordt uitgedrukt in
gedeelten van jaren onderscheidenlijk gedeelten van maanden, waarbij
het jaar op 12 maanden en de maand op 30 dagen wordt gesteld.
Afdeling II › Hoofdstuk VI › Paragraaf 1
Artikel 56.
Artikel 56.
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders gemeente Delft 1992