Deze uitgangspunten resulteerden in 2006 in een vrijstellingsregeling, die eind 2008 werd geëvalueerd en bijgesteld. In de Nota archeologische Monumentenzorg Walcheren 2008 (evaluatie) is een vrijstellingsregeling opgenomen, waarbij geplande bodemingrepen vrijgesteld worden van het doen van archeologisch onderzoek, zolang zij binnen bepaalde oppervlaktematen of dieptematen blijven. Deze oppervlakte- en dieptematen verschillen per terrein afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde of vastgestelde waarde. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen vier verschillende categorieën oppervlaktematen en dieptematen en zes verschillende soorten terreinen.
De vrijstellingsregeling opgesteld in 2008 blijft ongewijzigd van kracht. Wel is de regeling bij de vaststelling van de geactualiseerde nota in 2016 uitgebreid met de gebieden met water op en rond Walcheren. Zij vormen een verwachtingsgebied van archeologische waarden onder water: maritieme archeologie. Bij deze actualisatie in 2024 breiden we de vrijstellingsregeling opnieuw uit; dit keer met de historische kerkhoven rond de kerken in de oude dorpskernen en met de zogenaamde drichten, die nog aanwezig zijn op plaatsen achter de duinen. Deze terreinen zijn dermate kwetsbaar dat de oppervlaktemaat van de vrijstellingsmaten hier naar beneden is geschroefd tot 0 m2. Wat betreft de kerkhoven was de vrijstelling van 60 of 30 m2 te ruim. Teveel begravingen konden hierdoor in gevaar komen. Wat betreft de drichten gaat het om een kwetsbaar cultuurhistorisch fenomeen van beperkte omvang achter de duinen. Hier geldt ook het advies voor een geringe vrijstelling.
Tenslotte wordt nogmaals benadrukt dat in de procedure voor het archeologisch onderzoek een eerste stap is opgenomen, waarbij door de archeologisch deskundige van de gemeente bij een vergunningaanvraag de noodzaak van archeologisch onderzoek wordt afgewogen. Dit is gedaan om kostbaar onderzoek te voorkomen bij verschillende planontwikkelingen, waar bedreiging van eventueel aanwezige waarden tot een minimum kan worden beperkt. Samen met de planontwikkelaar kijkt in een dergelijk geval de Walcherse Archeologische Dienst bijvoorbeeld hoe de schade aan de bodem beperkt kan worden en misschien hoe het plan binnen de vrijstelling kan vallen.
Kerkho-ven
en drichten
AMK-terreinen, historische locaties, begrensde vindplaatsen,
binnen een straal van 50 meter rondom vindplaatsen (puntlocatie)
AMK-terreinen: stads- en dorpskernen (exclusief Middelburg, Vlissingen, Veere, Arnemuiden en Domburg)
Verwachtingszonemetverwachtingswaarde
laag/
zeer laag
hoog/
middel-hoog
hoog
binnen de komgrenzen van Domburg en Oost-Souburg
duin- en strandge-bieden
Maritieme archeologie; zee
Maritieme archeologie; binnenwater
Diepte
< 40 cm
< 40 cm
< 40 cm
onbeperkt
< 40 cm
< 40 cm
nader overleg
In overleg met RWS
In overleg met RWS en/of WS
Oppervlakte
< 0 m2
< 30 m2
< 60 m2
onbeperkt
< 500 m2
< 100 m2
nader overleg
In overleg met RWS
In overleg met RWS en/of WS
Tabel met de nieuwe van archeologisch onderzoek vrij te stellen maten bij bodemverstoringen.
Hieronder wordt de tabel nader uitgeschreven.
Diepten
Op kerkhoven, drichten, AMK-terreinen, op historische locaties en binnen een straal van 50 meter rondom bekende vindplaatsen en ook in de verwachtingszones met een middelhoge en hoge verwachtingswaarde mogen grondwerkzaamheden plaatsvinden zonder archeologisch onderzoek tot een diepte van 40 cm onder het maaiveld. Dit is de diepte tot waar de ploegsnede of bouwvoor reikt. Het geldt tevens voor alle stads- en dorpskernen die als AMK-terrein zijn aangemerkt.
Diepere grondwerkzaamheden mogen op bovenstaande terreinen en gebieden alleen zonder archeologisch onderzoek plaatsvinden, zolang zij geen groter oppervlak beslaan dan hieronder beschreven.
In verwachtingszones met een lage tot zeer lage verwachtingswaarde gelden geen beperkingen voor de diepte van de grondwerkzaamheden, tenzij deze plaatsvinden binnen een straal van 50 meter rondom bekende vindplaatsen of op historische locaties.
In het geval van de maritieme archeologie wordt in bovenstaande tabel met het begrip ‘diepte’ de diepte van geplande werkzaamheden in de bodem van de zee of het binnenwater bedoeld en niet de diepte in het water onder het wateroppervlak.
Oppervlakten
Op kerkhoven en drichten mogen geen grondwerkzaamheden plaatsvinden zonder archeologisch onderzoek. Op de historische kerkhoven rond de oude kerken in de stads- en dorpskernen zijn op elke vierkante meter begravingen te verwachten. De drichten, waar deze bewaard zijn, zijn zeer kwetsbaar. Elke graafwerkzaamheid aan een dricht vormt een gevoelige beschadiging.
Op AMK-terreinen, op historische locaties en binnen een straal van 50 meter rondom bekende vindplaatsen mogen grondwerkzaamheden plaatsvinden zonder archeologisch onderzoek tot een oppervlakte van 30 m2 conform provinciaal beleid gekoppeld aan de Woningwet. De AMK-terreinen zijn inclusief de stadskernen Middelburg, Vlissingen, Veere, Domburg en Arnemuiden. Deze kernen zijn van oudsher dichtbebouwde en dichtbevolkte steden, waar nagenoeg op elke plaats archeologische waarden in de ondergrond zijn te verwachten. In de kern van Domburg zijn de archeologische resten van de waardevolle ringwalburg aanwezig zijn.
Op AMK-terreinen, waar het de historische stads- en dorpskernen van Westkapelle, Aagtekerke, Oostkapelle, Vrouwenpolder, Zoutelande, Meliskerke, Grijpskerke, Serooskerke, Biggekerke, Buttinge , Sint-Laurens, Gapinge, Koudekerke, Brigdamme, Zanddijk, West-Souburg, Oost-Souburg en Ritthem betreft, mogen grondwerkzaamheden plaatsvinden zonder archeologisch onderzoek tot een oppervlakte van 60 m2. Dit geldt ook voor de AMK-terreinen ter hoogte van enkele zogenaamde gekrompen dorpen Boudewijnskerke, Sint Janskerke, Kleverskerke, Mariekerke en Werendijke1De overige bekende gekrompen dorpen zijn ofwel niet bebouwde AMK-terreinen, ofwel niet als AMK-terreinen aangemerkt. Ook zijn van een paar alleen het vliedberg- en/of kerkterrein als AMK-terrein aangemerkt..
Op verwachtingszones met een hoge verwachtingswaarde binnen de komgrenzen van Domburg en Oost-Souburg mogen grondwerkzaamheden plaatsvinden zonder archeologisch onderzoek tot een oppervlakte van 100 m2. Hier kunnen zich namelijk de archeologische resten van de vroegmiddeleeuwse nederzettingen bevinden, behorende bij de ringwalburgen. Tot op heden is er nauwelijks onderzoek verricht naar deze nederzettingen, maar de resultaten van onderzoeken bij Domburg laten zien dat de verwachting terecht is. Deze nederzettingen staan heel hoog op de lijst van Walcherse onderzoeksonderwerpen. Middelburg bezat in de vroege middeleeuwen ook een ringwalburg. Rond de locatie van deze burg is een groot gebied aangemerkt als AMK-terrein, waardoor een uitzondering als bij Domburg en Oost-Souburg overbodig is.
Op verwachtingszones met een hoge verwachtingswaarde (buiten de komgrenzen van Domburg en Oost-Souburg) mogen grondwerkzaamheden plaatsvinden zonder archeologisch onderzoek tot een oppervlakte van 500m2. In deze gebieden gaat het om kreekruggen, waarop zich vindplaatsen kunnen bevinden die direct onder de bouwvoor liggen. In de afgelopen decennia is aangetoond dat deze verwachting terecht is. Zo zijn onder andere bij Domburg, Serooskerke, Arnemuiden en Vlissingen interessante vindplaatsen van bewoning in de volle en late middeleeuwen op kreekruggen gevonden en opgegraven. Uit de nieuwe tijd zijn verschillende boerderijen, gekrompen dorpen en ook buitenplaatsen onderzocht. Het is daarom eerder waarschijnlijk dat in deze gebieden binnen bestaand bebouwd gebied de eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen wel door recente bodemingrepen zijn verstoord. De vrijstelling tot 500 m2 is een maatschappelijk aanvaardbare balans tussen de ontwikkeling van ruimtelijke ordening en de mogelijkheid archeologische waarden aan te treffen.
Op verwachtingszones met een middelhoge verwachtingswaarde mogen grondwerkzaamheden plaatsvinden zonder archeologisch onderzoek tot een oppervlakte van 500m2. In deze gebieden worden vooral vindplaatsen uit de ijzertijd en de Romeinse tijd verwacht in de top van het veen. Dit is in de afgelopen decennia op verschillende plaatsen op Walcheren aangetoond (o.a. Serooskerke, Middelburg Arnestein, Vlissingen Havenweg.) Omdat het veen in grote delen van deze gebieden op behoorlijke diepte ligt of vergraven is door middeleeuwse veenwinning of anderszins verstoord, wordt met name voor vergunningaanvragen voor bodemingrepen in deze gebieden in de procedure voor het archeologisch onderzoek een eerste stap opgenomen, waarbij door de archeologisch deskundige bij een vergunningaanvraag de noodzaak van archeologisch onderzoek wordt afgewogen.
Op verwachtingszones met een lage tot zeer lage verwachtingswaarde gelden binnen en buiten bestaand bebouwd gebied geen beperkingen voor de oppervlakte van de grondwerkzaamheden (tenzij deze plaats moeten gaan vinden binnen een straal van 50 meter rondom bekende vindplaatsen of op historische locaties).
De duin- en strandgebieden vormen een apart geval. Grote bodemingrepen zijn in deze gebieden niet snel te verwachten. Toch kunnen deze in het kader van (toekomstige) kustversterkingen niet uitgesloten worden. Zij zullen dan plaatsvinden in samenwerking met het Waterschap en Rijkswaterstaat. Belangenafweging zal dan ook in nader overleg tussen de verschillende instanties plaats moeten vinden. Overigens heeft het voor dit reliëfrijke gebied geen of weinig zin om een diepte voor de vrijstelling te bepalen.
Bij de maritieme archeologie is het ook moeilijk om oppervlaktematen met betrekking tot een vrijstelling te geven. Te kleine maten zijn niet realistisch en bij te grote vrijstellingsmaten kunnen ongewenst hele interessante vindplaatsen zonder onderzoek verdwijnen. In overleg met Rijkswaterstaat en met het Waterschap Scheldestromen is besloten om van het benoemen van vrijstellingsmaten af te zien. Dit kan gemakkelijk omdat deze instanties als beheerder van de wateren standaard verkennend onderzoek laten uitvoeren voorafgaand aan grote infrastructurele werken, zoals baggerwerkzaamheden of het verleggen van kabels. Dit onderzoek is voor hen noodzakelijk om op de hoogte te komen van mogelijke obstakels. Daarnaast nemen zijn ook hun verantwoordelijkheid op het gebied van de archeologie. Het advies is daarom om in de betreffende bestemmingsplannen op te nemen dat bij werken op en in de zeebodem en in de binnenwateren vooroverleg moet plaats vinden met gemeente, Rijkswaterstaat en/of Waterschap Scheldestromen en/of Provincie Zeeland over de meest geschikte vorm van een verkennend archeologisch onderzoek. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zal gekeken worden naar de noodzaak van vervolgstappen.
Normaal agrarisch gebruik wordt uitgesloten van de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek. Dit geldt ook voor het aanbrengen van drainage, het ophogen van terrein tot 2 meter en voor het injecteren met mest. Daarnaast geldt het voor het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheid of andere oppervlakteverhardingen, waarvoor niet diepere gegraven moet worden dan 0,40 m onder maaiveld.
In overleg met de ZLTO blijven de volgende grondwerkzaamheden onderzoeksplichtig: afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen met een pakket hoger dan 2 meter, aanleggen of vergraven van sloten, vijvers en andere wateren, het verlagen of verhogen van het waterpeil, het aanleggen of rooien van bos en boomgaard, waarbij stobben worden verwijderd.
Binnen de verwachtingszones gelden conform de Nota Archeologische Monumentenzorg Walcheren in vergelijk met de WAMZ minder strenge vrijstellingsregels gezien het indicatieve karakter van deze zones.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Vrijstellingsregeling
Onderdeel van Nota Archeologische monumentenzorg Walcheren 2024 - 2034