De gemeenteraad delegeert aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan gemeente Den Helder in de volgende gevallen:
het toevoegen en/of wijzigen van begripsbepalingen, voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben;
het opnemen van een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in het omgevingsplan;
voor bouw- en/of gebruiksactiviteiten anders dan de in het besluit van de gemeenteraad met kenmerk 2021-049616 aangewezen gevallen waarin adviesrecht van de gemeenteraad geldt bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning (bijgevoegd als Bijlage 1);
voor bouw- en/of gebruiksactiviteiten die in het besluit van de gemeenteraad met kenmerk 2021-049616 zijn aangewezen als gevallen waarin adviesrecht van de gemeenteraad geldt bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, voor zover het een besluit tot het weigeren van een verzoek om het omgevingsplan te wijzigen betreft omdat niet is voldaan aan de beleidsregels omtrent de beoordeling van de toereikendheid van de participatie over de voorgenomen omgevingsplanwijziging;
het verwerken van kaderstellend beleid waarover na inwerkingtreding van onderhavige regeling door de gemeenteraad is besloten, indien de gemeenteraad bij vaststelling van dat beleid akkoord is gegaan met verwerking daarvan in het omgevingsplan door het college;
het actualiseren/aanpassen van het omgevingsplan aan veranderende wet- en regelgeving en beleidsnormen, voor zover hierin geen beleidsvrijheid is toegekend;
het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten;
het wijzigen van het omgevingsplan binnen de randvoorwaarden van de bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in het tijdelijke omgevingsplan.